Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RE SECTIO CAT.CANEI (*).

In April 1843 werd ik door den Heer Dr. Kuieg in Merseburg wegens een' jongen koopman (Al. ï1...d , 30 jaren oud) geraadpleegd, die eene carieuse zweer aan de binnenzijde van den linkerhiel had. De lijder was van eene zwakke ligchaamsgesteldheid en had sedert zijne jeugd veel aan klierachtige zweren van den hals geleden, die eerst sinds ongeveer drie jaren goed genezen waren. Van dien tijd af gevoelde de man zich beter dan vroeger, doch was hij zeer vatbaar voor verkoudingen en kreeg hij ten gevolge daarvan gewoonlijk eene prikkelhoest, die zelfs wel met het opgeven van een weinig bloed gepaard ging. Het gebrek aan den voet was zonder uitwendige oorzaak met eene diep zittende pijn ontstaan, waarbij zich na eenigen tijd eene ontstekingachtige zwelling gevoegd had, die ongeveer 'K duim onder den binnenënkel was doorgebroken. De voet vertoonde eene niet zeer groote, deegachtige zwelling, was in de zool en rondom de opening der zweer zeer pijnlijk en geheel onbruikbaar, doch de beweging in het gewricht geheel vrij. Eene doelmatige algemeene tegen klierziekte gerigte behandeling door iodium enz. had even zoo weinig invloed gehad op eene gunstige wending van het carieuse lijden, als eene plaatselijke behandeling door dynamische middelen. Ik sloeg daarom de resectie van het ziekelijke gedeelte des beens voor en voerde deze ook den 9de" Mei 1843, met behulp van den Heer Dr. Kuieg in Merseburg, uit. Om het been, dat

(*) Dit geval kwam in mijae privaat praktijk voor.

Sluiten