Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wmm

(het tijdstip , waarop dit geschiedde, kan ik niet opgeven , daar ik den lijder langen tijd niet zag); het diepe likteeken was echter gewoonlijk oppervlakkig ontveld, hetgeen door de wederkeerige wrijving der wondlippen en door voetzweet te dier plaatse werd te weeg gebragt.

In September 1844 had ik gelegenheid, den lijder in mijne kliniek voor te stellen. Het gebruik van den voet was toen zoo ongestoord en volledig, dat men bij het gaan niet kon onderscheiden aan welken van beide voeten de kunstbewerking was verrigt. Er had zich echter, helaas ! intusschen een ander gebrek ontwikkeld, namelijk phthisis laryngea, die 3 maanden te voren, onder de verschijnselen eener hevige catarrhale koorts, begonnen was en reeds in November van hetzelfde jaar door uitgebreide verzweringen in de geheele holte des strottenhoofds, waar het linker schildvormig kraakbeen carieus was, en in de glottis en epiglottis den dood te weeg bragt. Het onderzoek van den hiel vertoonde het reeds vermelde zeer diepe dwarse en het schier in het geheel niet vastgehechte loodregte likteeken, beiden overal goed en stevig. Ter plaatse waar zij zich vereenigden, waren de deelen zeer diep in het hier zeer uitgehold been gedrongen, zoodat men met de sonde in een soort van kanaal met vasten bodem kwam. De zamenhang der bekleedselen met het hielbeen ter plaatse van de resectie was zeer innig en door eene vleezige massa van digt celweefsel veroorzaakt; de randen der afgezaagde oppervlakten deden zich overal afgerond voor.

Sluiten