Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als uit de mondelinge mededeeling van den Heer Dr. Riewe ontleen ik, dat ook Dieffenbach bij een enchondroma van den opperarm op gelijke wijze is te werk gegaan en een zoodanig met mes en beitel heoft weggenomen , terwijl niet liet been in zijn' geheelen omvang door hetzelve uitgezet, maar even als in mijn geval slechts eene dikte aan eene zijner zijden gevormd was. Zelfs wanneer bij zulk een gezwel de ziekelijke massa duidelijk nog dieper in het been doordringen en het niet mogelijk zijn zou, deze massa door de resectie van het gezwel te verwijderen, zou ik niet aarzelen, om mij tot deze kunstbewerking te bepalen, dewijl men wel kan aannemen , dat de rest der ziekelijke massa door verettering, welligt met behulp van cauterisatie zou uitgestooten worden en de wond met behoud van den zamenhang des beens tot genezing zou te brengen zijn. Zou echter, zulk eene bijzondere gesteldheid des gezwels daargelaten, geene genezing van het enchondroma, dat zich als een zeer goedaardig gebrek heeft leeren kennen, zonder opoffering van het lid mogelijk zijn ? Het schijnt mij toe, dat er grond genoeg voorhanden is, om onder geschikte omstandigheden de beantwoording dezer vraag tc beproeven. Uit de door J. Mueller medegedeelde waarnemingen is het reeds bekend, dat de eigendommelijke zelfstandigheid van het enchondroma in verettering kan overgaan, zonder weder op nieuw voortgebragt te worden. Dit en de omstandigheid , dat liet enchondroma verwondingen, gedeeltelijke vernietiging en gedeeltelijke wegneming verdraagt, zonder daardoor tot eene woekering zijner massa of ook slechts tot eene aanvulling van het verwoeste of weggenomene opgewekt te worden, is mij in een paar operatiën, die ik ten opzigte

Sluiten