Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, dat zij iederen morgen moesten weggenomen worden. Ook Dohlhoff nam hetzelfde waar, naardien hij eenen schier geheel ontbrekenden neus uit de huid van het voorhoofd en voor het grootste gedeelte uit het te voren geschoren hoofd vormde en zijn doel wel is waar bereikte, maar zóó dat de nieuwe neus aan de punt met haren bezet was, die steeds weder groeiden, zoo dikwerf zij ook werden uitgetrokken (*). Eveneens zeggen v. Ammon en Baumgakten , bladz. 88, dat de ondervinding hun geleerd heeft, dat liet gevoelen, als zouden behaarde deelen na de overplanting glad worden, zich niet als juist heeft doen kennen.

Deze zaak is echter niet slechts van gewigt, ten opzigte van de bovenbedoelde handelwijze, maar daaruit volgt het voorschrift, dat men ook bij de neusvorming uit de voorhoofdshuid zich moet wachten, om met de snede tot in het behaarde gedeelte te komen en bij een laag voorhoofd op alle mogelijke wijzen dat behaarde gedeelte moet vermijden, opdat niet een gedeelte van het overgeplante stuk met haren bezet zij. Dit is volkomen het tegendeel van hetgeen Bi,andin zegt, die in de onvoorwaardelijke onderstelling, dat de haren later uitvallen, het zeer onverschillig vindt, of men al dan niet een behaard stuk gebruikt; wanneer het niet glad wordt, zoo vermeent hij , dat het met een ligt dons bedekt blijft, en onmiddelijk daarop maakt hij meldingvan een' lijder, wien hij het neustusschenschot uit het begin van het behaarde gedeelte des hoofds genomen had en de oorspronkelijke haren wel uitvielen, doch nieuwe

( ) Medicinisehe Zeitung des Vereins für Heilkunde in Pr. 1838. n. 24 p. 125.

12

Sluiten