Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEUSVORMING.

Het waren voornamelijk twee onderwerpen, waarop ik mij bij de rhinoplastick heb toegelegd, namelijk de overplanting der verdubbelde huid en het gebruik maken der bovenlip, beiden van hetzelfde punt uitgaande, namelijk te verhinderen, dat de nieuwgevormde neus eene ongunstige verandering in zijnen vorm ondergaat. Het is wel waar, dat men tegen deze ongunstige veranderingen van vorm latere operative hulp kan aanwenden; wanneer men echter het toereikende dezer kunstbewerkingen ook in de ruimste mate wil toestemmen, zoo moet toch steeds ons streven zijn, om het nieuw gevormde deel zoodra mogelijk eenen goeden en duurzamen vorm te geven en latere fatsoenering van hetzelve te vermijden. Daarin ligt naar mijn gevoelen de voornaamste eigendommelijkheid van Dieffenbach's plastische kunstbewerkingen, dat hij derzelver gevolg afhankelijk maakt van deze opvolgende operative hulp. Hij brengt eerst ter plaatse van het ontbrekende eene massa en vormt dan daaruit eenen neus; daar staat zijne handelwijze lijnregt tegen die van Graefe over en nog meer tegen die der Eransche rhinoplastici, die alle opvolgende kunstbewerkingen willen vermeden hebben. Wanneer men dit laatste grondbeginsel streng opvolgt , wanneer men zelfs, zoo als Blandin wil, de huidbrug niet wegneemt, die ondertusschen tot voeding van het overgeplante stuk dient, dan zal het nieuwe deel voorzeker steeds een' zeer gebrekkigen vorm hebben; evenmin echter is de tegenovergestelde handelwijze te billijken, waarbij het later opereren eenigermate tot grondbeginsel gemaakt en reeds in het eerste ontwerp tot de kunstbewerking opgenomen wordt.

Sluiten