Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen , dat de randen , bij wangdefecten , zelfs dan niet geheel zijn zamen te brengen, als men ze van de onderliggende deelen ver losgemaakt en ook nog door zijdelingsche insnijdingen rekbaarder gemaakt heeft, of dat dus vereenigde randen, wegens de groote spanning waarin zij zich bevinden, zich niet door adhaesie vereenigen, maar door ontstaande verettering weder van elkander wijken, en ik zelve heb soortgelijke waarnemingen herhaalde malen gedaan, waarvan later nog meer in het bijzonder sprake zal zijn. Ja men stuit zelfs bij matig groote openingen, wanneer men ze eenvoudig wil sluiten, reeds op een' onoverkomelijken hinderpaal , doordien men de deelen veel minder rekbaar vindt r dan men verwacht had, en dit hangt bepaaldelijk van den duur des defects af. Vox Ammon heeft, ter ondersteuning van de hier bestreden bewering een geval medegedeeld, waar hij een' grooten nsevus der wang bij gedeelten van uit het midden exstirpeerde en de telkens gemaakte wond door zamentrekking der randen konsluiten. Dergelijke waarnemingen, waar bij aanzienlijke versche verliezen van zelfstandigheid, b. v. na de exstirpatie van kankergezwellen, eene sluiting der wond zonder overplanting mogelijk werd, zijn gemakkelijk te vermenigvuldigen. Anders echter verhoudt het zich bij oude defecten, waarbij zich reeds een likteeken gevormd heeft, zoo als ik ze na noma, pustula maligna , gangrsena oris mercurialis, na metastatisch koudvuur ten gevolge van zenuwkoortsen, heb gezien; want daar zijn bij de likteeken vorming en de zamentrekking, die gedurende dezelve ontstaat, de naburige deelen reeds tot elkander gehaald, de opening heeft zich ten koste der laatste reeds verkleind, de randen der opening zijn hard, onrekbaar, met de onderliggende deelen vereenigd en moeten bij eene

Sluiten