Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het regter onderste ooglid verloren en zoo een ectropium bekomen had. Nadat ik den nog behouden gebleven en met haren bezetten rand van het ooglid van de huid der wang losgemaakt en zoover van het ondergelegen weefsel afgescheiden had, dat dezelve verder nog kon verschoven worden, dan zijne natuurlijke ligging (waarbij het eveneens behouden geblevene, naar buiten gekeerde bindvlies weder geheel naar binnen werd gekeerd), veranderde ik de sterk gapende wond door uitsnijding van een gedeelte der huid in een' driehoek, en sneed daarna een' ruitvormigen huidlap uit, die geheel volgens het bekende voorschrift werd overgeplant. Dewijl liet zeer wenschelijk was, dat deze lap zich niet slechts aan den rand, maar ook aan zijne oppervlakte met de van opperhuid ontblootte vlakte van het ooglid, waar naast dezelve was gelegd, door snelle vereeniging verbond, zoo haalde ik ongeveer tegenover den onderoogkuilsrand door zijnen uitwendigen rand en door den tegenovergelegen rand der openblijvende driehoekige wond eenen draad en bragt door dien zamen te knoopen een zeer innig verband van den huidlap te weeg. De genezing van dezen laatsten had overal per prim. intent. plaats, met uitzondering eener zeer onbeduidende plaats aan den binnenhoek, welks verettering echter zeer spoedig voorbij was. Ook aan de opengelatene driehoekige ruimte vormde zich een likteeken en de lijder werd, toen zijne genezing reeds ver gevorderd was, uit de kliniek ontslagen. Omstreeks dezen tijd was het gevolg zeer naar wensch, het nieuwe ooglid verschafte het ooglid de noodige beschutting en had eene goede plaatsing. Toen ik den lijder na eenigen tijd weder zag, was het echter met de zaak anders gesteld; de opengeblevene wond was ver-

Sluiten