Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ligt, waarom zou de zamentrekkinff, die in de rifftina-

o 7 o o

van den veel grooteren overlangschen diameter volgt, niet eene gelijke, doch sterkere werking op het ooglid uitoefenen, die echter zonder twijfel tot zijn nadeel moet uitvallen. Hij, die de kunstbewerking tot nog toe heeft verrigt, maakt te regt melding van den geringen omvang des likteekens, dat zich ter plaatse van de groote wond aan den slaap heeft gevormd, doch deze verkleining van omvang is zonder verschuiving der naburige deelen niet mogelijk. Deze wrongvormige gedaante, welke het nieuwe ooglid verkrijgt, bevestigt nu ook de ondervinding , zoo als uit het bovenstaande blijkt; daarmede vervalt echter het voornaamste voordeel, dat de methode boven die van Fricke moet hebben. Beide hebben eene omstandigheid gemeen, welke eene nadeelige vormverandering te weeg brengt, d. i. de ter zijjle van het nieuwe lid volgende verettering en likteekenvorming; deze is bij de methode van Fiiicke geringer dan bij die van Dieffenbach ; wanneer zij geheel vermeden wordt en de kunstbewerking wegens ectropium verrigt is, zoo heeft geene \erdikking plaats. Bérard verplantte bij ectropium van het onderste ooglid uit de slaapstreek eenen lap volgens de Indische methode (met een' steel); deze genas, ofschoon niet door bloedige hechtingen bevestigd, overal door spoedige vereeniging en was na 4 maanden nog glad en zonder welving. Er komt ongetwijfeld nog eene andere omstandigheid in aanmerking, welke aan het nieuwe lid eene zekere welving geeft of hetzelve doet vooruitsteken en die bij de methode van Fricke voor het onmiddellijke gevolg wel moet in rekening gebragt worden. Doordien, namelijk, het overgeplante huidstuk veel dikker is, dan

Sluiten