Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buitenste plaat van het onderste ooglid, een myrtenbladvormig liuidstuk uit de wang kort bij den neus, en de daardoor veroorzaakte wond begunstigde door zitplaats en vorm hare sluiting en snelle vereeniging (*). Aan dit laatste hecht ik het meeste gewigt en daarin bestaat het meest eigendommelijke van mijne methode. Tusschen liet nieuwe ooglid en de plaats, vanwaar het vervangende stuk genomen is, moet een gedeelte der huid onaangeroerd blijven zitten, ten einde te voorkomen, dat eene op die plaats toch in eenige mate ontstaande verettering en likteekenvorming op het nieuwe ooglid werkt en zijnen vorm verandert. De plaats, vanwaar ik het vervangende stuk nam, is mij in zooverre van gewigt, als de huid der wang veel rekbaarder is, dan de door de meesten gebruikte huid uit de slaapstreek, waarin de sluiting eener groote wond ook dan nog bezwaren pleegt op te leveren, als men de wondranden van de ondergelegene de.elen heeft losgemaakt. Intusschen kan het noodig zijn, dat men van andere deelen als de huid der wang gebruik maakt. Men heeft mijne methode slechts eene wijziging van die van Fkicke genoemd; daartegen zou ik, als men slechts dat, wat voor mij het voornaamste is, namelijk het vermijden van ver-

(*) Opdat ik in het volgende voor hen, die met mijne methode niet zijn bekend geworden, niet onverstaanbaar blijve, voeg ik hierbij (zie de plaat, fig. 6 en 7) de beide figuren, waardoor ik vroeger getracht heb, mijne kunstbewerking duidelijker te maken. In de 1® figuur is aan het onderste ooglid de defecte plaats aangeduid; tusschen haar en den neus den vervangenden lap. In de 2® figuur zijn na de verplaatsing van den huidlap de op de wang overgeblevene wondlippen lineair vereenigd.

Sluiten