Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ettering, niet had over het hoofd gezien, des te minder te zeggen hebben, daar ik zelve dikwerf genoopt was, om den vervangenden lap op gelijke wijze als ï'iucke uit de slaapstreek te nemen. Van de 4 gevallen, waarin ik genoodzaakt was, dit te doen, deel ik het volgende meer uitvoerig mede.

Eene 55jarige vrouw (Juliane M.. . .d, uit Naumburg), die vroeger steeds gezond was en 17 kinderen had ter wereld gebragt, kreeg ten tijde van het ophouden van den stondenvloed voor ongeveer 6 jaren een' harden knobbel aan den buiten-ooghoek; dezelve breidde zich tot aan het onderste ooglid uit, ging later in verzwering over en bestond thans in eene verhevene knobbelachtige kankerontaarding, die het geheele onderste ooglid innam, met stekende pijnen gepaard ging, aan den rand en het bindvlies eene zweer vormde en den overigens gezonden oogbol bedekte. Den 5<'n Mei nam ik met eene langs de onderste grens van het ooglid gaande snede het carcinoma weg, dat zich van den binnen- tot den buitenooghoek en voorbij den laatsten nog eenige lijnen ver uitstrekte, zoodat de snede hier een' grooten boog moest maken en tot in het uitwendige gedeelte van het bovenste ooglid moest verlengd worden. Van het ooglidsbindvlies kon niets behouden worden. De wond had aan de buitenzijde' de grootste hoogte en wanneer bij de dadelijk ondernomene blepharoplastiek den vervangenden lap van de neuszijde was genomen, zou. deze een zeer breed vrij uiteinde bekomen hebben en slechts door een veel smaller gedeelte met de huid van het aangezigt in verbinding gebleven zijn, hetgeen ligtelijk de volkomene voeding van den lap

18

Sluiten