Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dit likteeken, waarbij aan den ciliaarrand slechts eene 1 lijn breede huidstreep kon gelaten worden, en na de tot eene geheele repositie van het ooglid noodige diepe insnijdingen, welke het bindvlies in groote uitgestrektheid ontblootten, was eene breede wond voorhanden , welke met den onderrand boogvormig digt langs den buiten- ooghoek ging en hier in verticale middellijn het grootste was. De vervangende lap werd even als in het eerst verhaalde geval (bladz. 273) uit de slaap- en voorhoofdshuid, met het vrije uiteind^ naar boven, uitgesneden en genas zeer schoon. In het begin was dezelve zeer dik, doch was na 5 weken, gedurende welken tijd dezelve door een verband matig was gedrukt, reeds veel dunner geworden en het nieuwe lid had eenige bewegelijkheid verkregen. De groote breedte, welke aan den vervangenden lap daar, waar dezelve de wond aan den buiten- ooghoek moest aanvullen, moest gegeven worden en die ook een' te lagen stand van dezen ooghoek te weeg bragt, stond echter eene meerdere bewegelijkheid in den weg. Ik sneed daarom te dezer tijd uit de grondvlakte van den lap een liggend myrtenbladvormig stuk, welks onderrand zich tot in het likteeken en tot aan en naast den ooghoek en welks inwendige punt zich schier tot in het midden van het ooglid uitstrekte. Deze wond werd door omgewondene hechtingen gesloten en deze latere kunstbewerking in het nog onder mijne behandeling zich bevindend geval belooft een volmaakt goeden uitslag.

Eindelijk wendde ik dezelfde handelwijze nog aan in een geval in mijne privaat praktijk bij een 19jarig meisje, bij hetwelk, eveneens ten gevolge van pustula maligna, de buiten- ooghoek door likteekens naar omlaag getrokken en het onderste ooglid in zijne geheele hoogte zoo verkort

Sluiten