Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en was het kind in staat, om het hoofd vrij ter zijden en zoover naar boven te bewegen, dat het regfc stond; de mogelijkheid om hetzelve achterover te buigen was echter niet verkregen. De driehoekige huidlap had zich, zonder door de likteekcnvormmg weder naar boven getrokken te worden, in het onderste gedeelte der wond boven het borstbeen vastgehecht. Ik moet nog aanmerken, dat na de kunstbewerking, hoe belangrijk de verwonding ook ware, toch geene algemeene terugwerking ontstaan was. Het kind bleef nog eenigen tijd na de genezing in de kliniek en gedurende dien tijd scheen de beweging van liet hoofd nog vrijer te zijn geworden.

Men heeft bij de mededeeling mijner methode de vraag geopperd, of het gevolg blijvend was en of niet daarna weder eene zamentrekking van het likteeken ontstaan is P Ik heb gelegenheid gehad, den door mij het eerst (aan den elleboog) geöpereerdcn lijder nog na 2 jaren weder te zien en te onderzoeken en ik kan de verzekering geven , dat het gevolg allezins duurzaam was en de uitstrekking van den arm volkomen en ongestoord is gebleven. Even zoo verzekert Dieïtenbach , dat hij het nut der methode uit eigene ondervinding kan bevestigen. Er bestaat ook geen grond voor eene instorting, zoodra het gedeelte der operatiewond, dat zich over het gewricht zelf uitstrekt, door snelle vereeniging geneest. Dit is echter ongetwijfeld van aanbelang en in dit opzigt komt niet slechts de wond in aanmerking, die tot losmaking van het likteeken wordt gemaakt, maar ook de zijdelingsche insnijdingen, welke bestemd zijn om de vereeniging der wond mogelijk te ma-

Sluiten