Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de katheter gemakkelijk kon worden ingebragt. Dit herhaalde zich in het laatste jaar ongeveer 3 maal en ook sedert dien tijd waren bloedvloeiingen ontstaan, die nagenoeg alle 14 dagen wederkeerden en in vereeniging met den rijkelijken slijmvloed de krachten der vrouw uitputteden. Den 3'len April 1839 kwam de lijderes in de kliniek; zij was vermagerd, van een geel-bleek, cachectisch voorkomen en droeg den stempel van een diep inwendig lijden met zich. Tusschen de gezwollen groote schaamlippen zag men een rood , rondachtig gezwel, dat onderscheidene ongelijkheden had en bepaaldelijk aan het onderste gedeelte eene kleine uitpuiling vertoonde. Deze had eenige gelijkheid met een grootendeels verstreken scheedegedeelte en had in het midden eene verdieping, die op den gesloten baarmoedermond geleek, doch eene sonde slechts eene lijn diep liet indringen. Het onderzoek der scheede met den vinger en met sondes, alsmede exploratie door den endeldarm , leerden, dat in de scheede een groot gezwel voorhanden was, welks bovenste uiteinde men niet kon bereiken en langs hetwelk zoowel van voren en aan de linker, als van achteren en aan de regter zijde de arm van eene verloskundige tang van Sieboi.d tot aan het slot zonder eenig bezwaar kon ingebragt worden, waarbij echter op de laatstgenoemde plaats reeds de meest voorzigtige aanlegging de hevigste, van uit het bekken in het regter been zich uitstrekkende, pijnen opwekte. Door de bekleedselen van den buik voelde men achter de schaambeensvereeniging een in de diepte zich uitstrekkend gezwel en hierop een kleiner zitten, dat ongeveer eene kleine vuist groot kon zijn, boven het schaambeen uitstak, eenigzins bewegelijk was en van welks beide zijden eene streng

Sluiten