Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor „shock", hoe grooter niveauverschil. De sterkte van den invloed van „shock" ziet men bijvoorbeeld na dwarse doorsnijdingen van het thoracale gedeelte van het ruggemerg bij honden en apen. Men ziet daarna toch vaak gedurende langen tijd het niet optreden van reflexen, waarvan de reflexbogen in het lumbaal-, ja, in het sacraalmerg liggen! (Na dezen ingreep is ook het groote belang van goede verzorging en verpleging na de operatie zichtbaar. Zoo kan bijvoorbeeld decubitus het weder optreden van deze reflexen langen tijd tegenhouden. Ook bij menschen met ruggemergsverwondingen is, tijdens den oorlog van 1914, de groote invloed van de verpleging op den terugkeer van de spinale reflexen gebleken).

Men moet daarom de proefdieren pas op nog aanwezige reflexen onderzoeken als alle „shockverschijnselen" verdwenen zijn en alle reflexen zijn teruggekeerd, waarvan men zeker weet, dat de centra nog aanwezig zijn, dus bijvoorbeeld na dwarse doorsnijdingen oraal van de oogspierkernen als de oogbewegingen door aanraken van het oog en de verschillende spinale reflexen weer op te wekken zijn.

Verder kieze men dieren uit, welke weinig „shockgevoelig" zijn. Voor mijn onderzoek werden konijnen en katten gebruikt. Vooral het konijn bleek zeer weinig onderhevig te zijn aan „shock". Ook moet de hersenlaag, welke door het eventueele drukken en trekken bij mijne operaties beschadigd en onwerkzaam werd bij deze dieren of zeer dun geweest zijn, öf zich weer hersteld hebben. Dit bleek vooral bij de onderzoekingen over de compensatoire oogafwijkingen. Oculomotoriusreacties werden daarbij toch gezien na een dwarse doorsnijding van de hersenen, welke, zooals later bij het microscopisch onderzoek bleek, door den top van de oculomotoriuskern was gegaan, terwijl trochlearisreacties nog optraden na een dwarse snede door de hersenen juist tusschen de vlak tegen elkaar aan gelegen oculomotorius- en trochleariskernen in. Dit is te merkwaardiger daar de oogreacties voor andere schadelijke invloeden vaak zeer gevoelig zijn. Na de operaties komen ze vaak later terug dan andere reflexen, bijvoorbeeld later dan de corneareflex, de patellairreflex, de gelijkzijdige buig- en de gekruiste strekreflex, dan de tonische hals- en labyrinthreflexen op de extremiteiten. Ook verdwijnen ze vaak tijdens het onderzoek, hetzij door vermoeid, uitgeput, zijn van het dier, hetzij door de schadelijke invloeden der verschillende manipulaties. Soms is dit verdwijnen slechts tijdelijk en komen ze na eenigen tijd van rust weer terug, vaak echter blijvend. Ook bij het minder goed worden van het dier, van zijn algemeenen toestand en bloedcirculatie, langeren tijd na de operatie, zijn de oogreacties onder de eerste die te loor gaan.

Katten bleken ook vrij geschikt voor dit onderzoek. Toch herstelden ze zich veel langzamer na de operatie en de narcose. De reflexen keerden niet alleen later, maar ook onregelmatiger terug. Ook waren ze gevoeliger voor de verschillende manipulaties van het onderzoek. Het laten beschrijven van cirkelbewegingen, het laten hangen met den kop onder of boven, had vaak bij katten het verdwijnen van tevoren aanwezige reflexen ten gevolge. Aan dit

Sluiten