Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het oerebellum na en ook hij kreeg moeilijk met elkaar overeen te brengen resultaten.

Hg verrichtte eerst partieele cerebellum extirpaties bij intacte dieren en zag, dat extirpatie van den vermis, van een stuk zijkwab, evenzoo klieving van den vermis, ja zelfs wegname van het tentorium eene stijfheid gaf, welke volgens hem geheel gelijk was aan de decerebratiestijfheid. De stijfheid na wegname van een deel van een zijkwab (door afsnijden van sagittale laagjes) was dubbelzijdig, echter het sterkst aan de gelijkzijdige extremiteiten. Nam hij daarna ook de rest der zijkwab met nucleus Deiters weg, dan verdween deze gelijkzijdige stijfheid of werd zwakker.

Vervolgens deed hij partieele extirpaties bij gedecerebreerde dieren en zag, dat, als hij de zijkwab laagsgewijze afsneed, de stijfheid bleef bestaan. Werd echter de zijkwab geheel weggenomen met de Deiters'sche kern, dan verdween de stijfheid direct.

Doorsnijding der bracchii conjunctivi cerebelli bij een stijf dier met intacten thalamus gaf geen duidelijke verandering der stijfheid. Eenzijdig extirpeeren van den nucleus Deiters, eenzijdig doorsnijden van den t cactus Deiterospinalis deed daarentegen een bestaande stijfheid gelijkzijdig verdwenen, terwijl daarna prikkeling van den doorsneden tractus ze weder op deed treden. De verslapping hierbij was echter, evenmin als na totale zij kwabwegname, nooit absoluut. Er kwam steeds weer eenige stijfheid terug, welke, daar ze niet verdween na dwarse doorsnijding der medulla door het corpus trapezoides, door Thiele toegeschreven werd aan eigen vitaliteit der voorhoorncellen.

Thiele bepaalde ook door middel van dwarse doorsnijdingen bij katten de meest orale en de meest caudale dwarse sneden, welke stijfheid ten gevolge hebben en vond, dat ontherseningsstijfheid niet optreedt na sneden, welke door een hooger niveau gaan, dan het niveau van de pars posterior thalami, dat de stijfheid echter pas sterk is na sneden door den voorrand der corpora quadrigemina posteriora, dat ze ook sterk blijft na lagere sneden, zoolang deze niet vallen achter den pons, om niet meer op te treden na dwarse incisies door het corpus trapezoides of lager.

Thiele concludeerde uit deze onderzoekingen:

le. dat vóór het corpus trapezoides een centrum ligt, dat prikkelend op de voorhoorncellen werkt en dat dit centrum vermoedelijk de nucleus Deiters is;

2e. dat het cerebellum op dit centrum een remmenden invloed uitoefent; 3e. dat, gezien de gevolgen van een doorsnijding der bracchii conjunctivi cerebelli, het cerebellum geen invloed heeft op de stijfheid over den thalamus.

Over deze conclusies zijn echter wel eenige bedenkingen te maken. In de eerste plaats, dat Thiele na verwoesting van den nucleus Deiters nooit een geheel verdwijnen der stijfheid zag, maar deze steeds na eenigen tijd

Sluiten