Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

DE HERSENNIVEAU'S VAN DE CENTRA DER TONISCHE

LABYRINTHREFLEXEN EN DER TONISCHE HALSREFLEXEN.

De tonische labyrinthreflexen uiten zich, zooals we in het eerste hoofdstuk gezien hebben, in verschillende tonusverhoudingen van de spieren van hals en extremiteiten bij verschillende standen van de labyrinthen in de ruimte.

V olgens Magktjs en de Kleyn gaan de prikkels voor deze reflexen van de maculae utriculi uit. De weg, waarlangs deze prikkels naar de spieren voortgeleid worden, loopt niet over hooger gelegen, meer proximaal gelegen hersencentra. Magnus vond de tonische labyrinthreflexen nog aanwezig na dwarse doorsnijdingen van de medulla oblongata vlak voor de intredingsplaatsen der nervi octavi, zelfs nog als de doorsnijding den nucleus van Bechterew afgesneden en tevens een bloeduitstorting in den fasciculus longitudinalis posterior veroorzaakt had.

Winkler vond bij zjjn microscopisch-anatomische onderzoekingen, dat de zenuwfibrillen uit de macula utriculi door het distale deel van het ganglion proximale Scarpae gaan, daarna meerendeels den nervus vestibularis volgen naar zijn radix descendens om in den nucleus van dien wortel en in den nucleus triangularis te gaan. Uit den nucleus triangularis en uit den nucleus radicis descendentis N. vestibularis gaan vezels naar den gelijk- en anderzij digen fasciculus longitudinalis posterior. Ook acht Winkler het niet onwaarschijnlijk, dat over den nucleus Deiters en daarna langs den tractus Deiterospinalis prikkels zullen gaan.

De fasciculus longitudinalis posterior en de tractus Deiterospinalis loopen door het geheele ruggemerg heen. De eerste is tot in de lumbale verdikking, de tweede tot in het sacraalmerg te vervolgen. De fasciculus longitudinalis posterior geeft collateralen af aan alle ruggemergssegmenten, maar vooral in overwegend groot aantal aan de segmenten van de hals- en lendenmergverdikking. De tractus Deiterospinalis daarentegen geeft voornamelijk collateralen aan de halsmergsegmenten, maar ook, en wel gelijkmatig, aan alle overige ruggemergssegmenten en niet bij voorkeur aan de ïntumescenties (zie ook Probst). Daarom gelooft Winkler, dat de tonische labyrinthreflexen op de extremiteiten langs eerstgenoemden weg, langs den fasciculus longitudinalis posterior gaan.

Mijn eigen onderzoekingen, daar ze zich niet tot zulke caudale niveau's uitstrekten, hebben niets bijgedragen tot de nadere localisatie van dit reflexmechanisme. Bij de laagste door mij gemaakte dwarse doorsnijdingen (bij

Sluiten