Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We zien in deze lijst, dat de labyrinthoprichtreflexen nog aanwezig waren bij:

kat 8, waarbjj de dwarse doorsnijding door den voorrand der corpora quadrigemina anteriora en door de hersenstelen voor de uittredingsplaatsen der nervi oculomotorii en kat 9, waarbij de dwarse doorsnijding door het voorste gedeelte der corpora quadrig. anteriora en eveneens door de. hersenstelen voor het begin der nervi oculomotorii had plaats gehad.

Bij deze laatste kat waren ze duidelijk aanwezig, niettegenstaande het dier een nekstijfheid vertoonde. Het is dus niet ten gevolge van deze stijfheid, dat de labyrinthoprichtreflexen na de lagere doorsnijdingen niet meer aanwezig waren.

In het vorige hoofstuk hebben we gezien, dat het microscopisch onderzoek aantoonde, dat de snede bij kat 8 gegaan was door den voorrand der corpora quadrigemina anteriora, precies voor de oculomotoriuskernen, juist door de toppen der kleincellige roode kernen en door de hersenstelen niet meer dan iy<^ mM. voor de aanhechtingsplaatsen der nervi oculomotorii. Het centrum van de labyronthoprichtreflexen moet dus, evenals het centrum voor den normalen spiertonus, bij katten caudaal van dit niveau liggen.

Door het hoogste niveau, waarin en caudaal waarvan een dwarse doorsnijding steeds het verdwijnen der labyrinthoprichtreflexen tengevolge had, was de snede bij kat 10 en kat 6 gegaan, zooals uit vorenstaande lijst blijkt.

In het vorige hoofdstuk hebben we reeds gezien, dat het microscopisch onderzoek uitwees, dat bij kat 10 de snede door het midden der corpora quadrigemina anteriora, door de oculomotoriuskernen, oraal van de decussatio bracchii conjunctivi, door het corpus interpedunculare en door de hersenstelen juist voor den proximalen ponsrand gegaan was. Dus precies caudaal van den nucleus rubcr.

A oor alle zekerheid werd ook nog het intact gebleven hersendeel van kat 6 onderzocht.

Kat 6.

(Voor uitvoerig verslag zie aan het einde van dit boek).

10 uur 15: Einde der operatie.

11 uur: Is stijf en wel in alle vier de extremiteiten, de nek slechts weinig.

Labyrinthoprichtreflexen

Lichaamsoprichtreflexen op den kop —

op het lichaam —

Halsopriehtreflexen

11 uur ZO: Duidelijke stijfheid en geen opriehtreflexen. Wordt het dier in zijligging in de lucht gehouden, dan hangt ook de kop in zijligging. Het dier in rugligging in de lucht vastgehouden laat den kop achterover hangen. Op tafel doet het lichaam geen enkele poging om zich op te richten, ook niet de kop, zelfs niet als het dier door knijpen in den staart geprikkeld wordt. Draaien van den kop van het op den rug liggende dier geeft zwakke draaiingen van het bekken.

11 uur 50: Stijfheid -|-

Oprichtreflexen —

Sluiten