Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pogingen om zich op te richten, vooral als men het dier door in den staart te knijpen prikkelde. Hier waren dus nog waarschijnlijk verzwakte lichaamsoprichtreflexen op het lichaam aanwezig, welke echter de halsoprichtreflexen niet konden overwinnen. Het lukte toch niet aan het dier bij in zijligging vastgehouden kop het lichaam geheel in opgerichten stand te brengen, noch, passief daarin gebracht, het lichaam dien stand te doen behouden. Daarentegen ging direct het heele lichaam overeind zitten als de kop in de normale houding gezet werd.

We zien dus, dat voor het optreden der lichaamsoprichtreflexen op het lichaam na totale dwarse doorsnijdingen door de hersenen bij het konijn nagenoeg hetzelfde grensniveau gevonden werd als voor het aanwezig zijn van de normale spiertonusverhouding en van de labyrinthoprichtreflexen.

Wel was het niveau van de doorsnijding, waarna de lichaamsoprichtreflexen op het lichaam bij het konijn nog onverzwakt aanwezig waren, iets meer oraal, maar men moet hierbij in aanmerking nemen, welke zware eischen men aan deze reflexen bij de toegepaste wijze van onderzoek stelt.

Bij de kat was het niveau nog beduidend meer oraal. Dit zal voor een deel waarschijnlijk berusten op de grootere „shockgevoeligheid" der kat. Deze gevoeligheid zal toch juist bij deze reflexen, door de gevolgde methode van onderzoek, sterk tot uiting komen. Maar ook moet men bedenken, dat bij de kat het voorste gedeelte van het mesenoephalon veel meer oraal tusschen de caudale deelen der thalami indringt. In frontale coupes gaande vóór de corpora quadrigemina anteriora, door de nuclei ventrales, nuclei mediales en nuclei posteriores thalami en door het corpus mammillare zijn bij de kat reeds de roode kernen zichtbaar (zie plaat 14 uit den atlas der kattenhersenen van C. Winkler en Ada Potter).

Noch bij de kat, noch bij het konijn werd ooit eenige aanduiding gezien van lichaamsoprichtreflexen op het lichaam na dwarse doorsnijdingen in of caudaal van het niveau, dat gaat door de achterste helft der corpora quadri-) gemina anteriora en door de hersenstelen achter de nervi oculomotorii, dus door of achter het caudale einde der roode kernen. Dus ook thans weer hetzelfde niveau als bij de normale spiertonusverhouding en de labyrinthoprichtreflexen.

Lichaamsoprichtreflexen op den kop.

De prikkels van uit het lichaamsoppervlak helpen ook den kop in den opgerichten normalen stand brengen en houden. Men kan deze reflexen waarnemen bij labyrinthlooze dieren. Houdt men deze in zijligging in de lucht dan hangt ook hun kop in zijligging. Liegt men ze echter op een onderlaag, dan richten ze den kop direct op en houden dien in den normalen stand (katten moet men Hierbij weer een kopkap voor de oogen doen om de optische oprichtreflexen uit te sluiten).

Uit het bovenstaande volgt reeds, dat men deze lichaamsoprichtreflexen eigenlijk alleen met zekerheid kan aantoonen bij dieren, welke geen labyrinth-

5

Sluiten