Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vraag rees nu, welk gedeelte der dwarse doorsnijding in het niveau II de normale spiertonusverhouding, de labyrinthoprichtreflexen en de lichaamsoprichtreflexen op het lichaam deed verdwijnen en de stijfheid te voorschijn riep, het ventrale of het dorsale gedeelte.

Daarom werd bij twee konijnen respectievelijk bij het eene alleen het ventrale gedeelte, bij het andere alleen het dorsale gedeelte doorgesneden. Dit werd gedaan met een smal mesje, dat van terzijde dwars door het mesencephalon gestoken werd ter hoogte van de grens tusschen voorste en achterste corpora quadrigemina, waarna vervolgens de ventrale of dorsale helft gekliefd werd.

Het resultaat van deze ingrepen vertoont afbeelding 27:

Konijn Kleine Bruine, links, zittend (dorsale snede) en konijn Kleine Zwarte rechts, iiggend en stijf (ventrale snede).

We zien op deze afbeelding het konijn „Kleine Bruine" waarbij de dorsale helft van het mesencephalon gekliefd is geheel normaal overeind zitten, terwijl het konijn „Kleine Zwarte" waarbij de ventrale helft doorgesneden is, met gestrekte pooten op zijde ligt zonder pogingen te doen zich op te richten.

We willen hier het onderzoek van deze twee beesten direct laten volgen:

Konijn Kleine Bruine.

t.t Dec. 1922. Aethernarcose. — Carotiden afgebonden. — Tracheotomie. — Kunstmatige ademhaling met mengsel van aether en lucht. — Trepanatie. — Groote hersenen vlak voor de thalami geëxtirpeerd. — Mesje van terzijde dwars door het mesencephalon gestoken in bitemporale richting en daarna de dorsale helft van het mesencephalon geheel gespleten. — Opgehouden met narcose.

2 uur 50: Einde der operatie. Het dier haalt spontaan en regelmatig adem.

S uur 10: Gaat spontaan opzitten, zit, loopt en springt geheel normaal met normale spiertonusverhc/uding en coördinatie. Men bemerkt absoluut geen verschil met een thalamus-konijn. Het dier beschrijft bij loopen wel bij voorkeur cirkeltoeren naar rechts, nu eens kleine, dan weer groote cirkels.

Bij hangen van het dier met den kop naar beneden hangt de kop geheel symmetrisch ten opzichte van het bekken.

Stijfheid —, geheel normale spiertonusverhouding.

Labyrinthoprichtreflexen in de lucht gehouden gaat de kop direct rechtop, in normale houding, zoowel als het lichaam in zij- als in rugligging vastgehouden wordt.

AFB. 27.

Sluiten