Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De snede bij het konijn Kleine Zwarte was dus dwars door de trochleariskernen gegaan en vandaar ventraalwaarts door de fasciculi longitudinale® posteriores, door de decussatio Meynert, door de aller caudaalste gedeelten der grootoellige roode kernen en door de hersenstelen caudaal van de uittredingsplaatsen der nervi oeulomotorii.

De oeulomotoriuskernen, -wortels en -zenuwen lagen geheel oraal van de sneevlakte evenals het allergrootste deel der grootoellige en de geheele kleincellige roode kernen.

Na deze dwarssnede waren de labyrinthoprichtreflexen en de lichaamsoprichtreflexen op het lichaam niet meer op te wekken en was de spiertonusverhouding een abnormale geworden.

Wel waren nog aanwezig de lichaamsoprichtreflexen op den kop en eveneens de halsoprichtreflexen.

Ook werd er reeds op gewezen, dat de st^fheid na deze snede niet zoo sterk was als meest het geval is na de typische decerebratiesnede. Ot' dit een gevolg daarvan was, dat eenige cellen van de roode kernen caudaal van de snede vielen en dus in verband bleven met het ruggemerg of een gevolg van andere oorzaken, bijvoorbeeld van het aanwezig zyn der lichaamsoprichtreflexen op den kop, is niet uit te maken.

In de volgende afbeelding zgn de niveau's der gedeeltelijke dwarse doorsnijdingen van het mesencephalon bij de konijnen Kleine Bruine en Kleine Zwarte op een lengte doorsnede door konijnenhersenen aangegeven.

AFB. 38.

Lijn I verloop der snede bij het konijn Kleine Bruine.

Lijn II verloop der snede bij het konijn Kleine Zwarte.

(Lijn II is iets te oraal geteekend).

Vergelijken we deze afbeelding met afbeelding 26 op bladzijde 71, dan zien we op beiden door lijn I niveau's aangegeven, waarin doorsnijding

6

Sluiten