Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog op een derde wijze werd getracht de decussatio van Forel te klieven, namelijk door het steken van een smal mesje in het mediane sagittale vlak van het mesencephalon, maar nu van uit het dorsale mesencephalonoppervlak, namelijk tusschen de caud.ale gedeelten der corpora quadrigemina anteriora.

Ook dit werd zoowel bij dieren met intacte groote hersenen (door, na wegname van het schedeldak, de beide occipitaalkwabben wat uit elkaar te schuiven) als bij dieren, waarvan eerst de groote hersenen voor de thalami geëxtirpeerd waren. Het lemmet van het mesje werd ook hierbij gedeeltelijk met een touwtje omwonden, maar nu werd respectievelijk 6, 7, 8 en 9 mM. vrijgelaten.

De verschijnselen na dorsale steken van gelijke lengte waren niet zoo regelmatig dezelfde als na de ventrale steken. Dat wil zeggen, dat niet steeds na een steek van 6 mM. de normale spiertonusverhouding bleef voort bestaan evenmin als de labyrinthoprichtreflexen en lichaamsoprichtreflexen op het lichaam, en omgekeerd na een steek van 8 mM. niet steeds stijfheid optrad en verdwijnen van deze oprichtreflexen, hoewel de Forel'sche kruising op ± 7 mM. van het dorsale oppervlak van het mesencephalon ligt (zie afb. 50).

Het laatste, het niet optreden van een stijfheid na een steek van 8 mM. is niet erg verwonderlijk, daar het veel moeilijker is op dezen afstand juist de Forel'sche kruising te treffen en een afwijken van de mediaanlijn veel eerder optreedt.

Het optreden van een stijfheid na een steek van 6 mM. werd waarschijnlijk veroorzaakt door een uitstorting van bloed of van cerebrospinaalvloeistof, daar een dorsale steek in het mediane vlak juist door den aquaeductus Sylvii gaat. Het microscopisch onderzoek kon hier dus alleen opheldering geven.

By konijn D, dat na een dorsalen steek van 6 mM., in tegenstelling met de andere konijnen, bij welke een even lange steek was toegebracht, stijfheid vertoonde en geen labyrinthoprichtreflexen, noch lichaamsoprichtreflexen op het lichaam, werd werkelijk een uitgebreide bloeduitstorting gevonden. welke den geheelen aquaeductus Sylvii sterk had uitgezet en welke het geheele ventrale deel van het mesencephalon, waarin de roode kernen en de decussatio Forel, tot aan het ganglion interpedunculare innam.

Daarentegen vertoonde konijn Z na een steek met het mesje, waarvan 8 mM. vrij gelaten was, een geheel normale spiertonusverhouding en oprichtfunctie. Zooals bij onderstaand microscopisch onderzoek bleek, was echter de steek geen 8 mM. diep in het mesencephalon binnen gedrongen.

Konijn Z.

1 Nov. 192%. Aethernarcose. — Tracheotomie. — Kunstmatige ademhaling met een mengsel van aether en lucht. — Carotiden afgebonden, de nervi vagi intact gelaten. — Groote hersenen voor de thalami geëxtirpeerd. — Mesje van 8 mM. lengte tusschen de corpora quadrigemina anteriora in het mediajie sagittale vlak van het mesence-

Sluiten