Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

quadrigemina anteriora in het mediane sagittale vlak van het mesencephalon en in dat vlak de mespunt wat op en neer bewogen. — Het mesje teruggetrokken. — Sehedelhuid gehecht. — Narcose opgehouden.

5 uur 30: Einde der operatie. Het dier haalt spontaan en regelmatig adem. De cornea-

reflexen zijn positief. De oogen vertoonen een horizontalen nystagmus.

6 uur: Het dier ligt op de linker zijde; de nek is wat geretraheerd; de achterpooten

zijn gestrekt met verhoogden strektonus. Van uit de rechter zijligging op een onderlaag probeert het dier. den kop en het voorlichaam op te richten. In deze zijligging vertoont het linker oog een sterke deviatie naar beneden; bij linker zijligging wordt zulk een deviatie van het rechter oog niet waargenomen. Het dier niet verder onderzocht, maar met rust gelaten.

8 Deo. Het dier ligt steeds in linker zijligging met iets achterovergestrekten nek. De

strektonus der achterpooten is duidelijk verh-oogd. In rechter zijligging gebracht richt de kop en het voorlichaam zich direct op en rolt het dier over den bmk in linker zijligging, waarin het stil blijft liggen met den kop rustend op de onderlaag. Legt men het dier in rechter zijligging en houdt den kop daarin vast, dan richt het achterlichaam zich op cn gaat in linker zijligging liggen, niettegenstaande de kop in rechter zijligging blijft.

Bij hangen met den kop onder is het dier zeer onrustig en wild. Als het ten slotte eenigszins tot rust komt, houdt het den kop ongeveer 135° naar links gedraaid ten opzichte van het bekken.

Het dier in de lucht gehouden:

in opgerichte houding houdt den kop 90° naar links gedraaid,

hangend met den kop boven houdt den kop in linker zijligging,

hangend met den kop onder maakt met den kop cirkeltoeren; ten slotte houdt

het den kop 135° t. o. v. het bekken naar links gedraaid,

in linker zijligging laat den kop hangen met het schedeldak naar

beneden gericht,

in rechter zijligging, houdt den kop opgericht en tevens ± 45° naar

links gewend,

in rugligging laat het óf den kop achterover hangen met het

schedeldak onder of het draait den kop zoover naar links, dat deze in rechter zijligging komt.

De stand van den kop wordt dus geheel door de draaiing bepaald; van duidelijke labyrinthoprioht reflexen is niets te bespeuren, vooral niet bij houden van het dier in linker zijligging in de lucht.

Sprongopvangreflex —

Liftreactie +, dubieus.

Kopdraai-reacties en -nareacties +, en wel naar beide richtingen, alleen is de kopdraai-nareactie naar rechts niet duidelijk.

Het rechter oog staat als de kop in linker zijligging ligt in het midden der oogkas; wordt de kop in rechter zijligging gebracht dan is dit oog naar boven gedevieerd. De rechter pupil is wijd.

Het linker oog is, als het dier in rechter zijligging gehouden wordt, naar beneden gedevieerd, terwijl het in het midden der oogkas staat als het dier op de rechter zijde ligt. De linker pupil is nauwer als die der andere zijde.

Rechter oog. Linker oog. Verticale compensatoire oogstanden naar boven -|- +

naar beneden — +

Rotatoire compensatoire oogstanden + +

Verticale oogdraai-reacties naar boven ? -)-

naar beneden -f- +

Rotatoire oogdraai-reacties +, zeer sterk.

Horizontale oogdraai-reacties -f-, zeeT sterk.

Sluiten