is toegevoegd aan uw favorieten.

De beteekenis der roode kernen en van het overige mesencephalon voor spiertonus, lichaamshouding en labyrinthaire reflexen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9 Dec. Het dier eet nog niet en wordt nog steeds met melk gevoed.

10 Dec. Eet in zijn bek gestopte koolbladen.

Het dier ligt voortdurend op de linker zijde zonder eenige poging te doen om zich op te richten. De achterpooten vertoonen een verhoogden strektonus en de kop wordt steeds wat achterover gehouden. De voorpooten zijn niet duidelijk stijf.

Van uit de rechter zijligging op een onderlaag rolt het dier direct over zijn buik op de linker zijde, soms gevolgd door enkele rolbewegingen.

Het dier in de lucht gehouden:

in linker zijligging laat den kop met het schedeldak onder naar be¬

neden hangen,

in rechter zijligging houdt den kop opgericht en tevens 45° naar

links gewend,

hangend met den kop beneden houdt den kop 135° t. o. v. het bekken naar links

gedraaid.

Plaatst men het dier, ook den kop, in de normale opgerichte houding, dan is het linker oog duidelijk naar voren en naar beneden, dus nasaalwaarts gedevieerd. Het rechter oog vertoont dan geen duidelijke deviatie. Houdt men den kop in rechter zijligging, dan vertoont het linker oog een verticalen nystagmus. Soms krijgt het dier, liggend op de linker zijde, aanvallen van onrustigheid, waarbij de kop heen en weer gaat, soms naar links, zoodat het schedeldak op de onderlaag ligt, soms naar rechts.

11 Dec. Eet af en toe spontaan. Ligt nog steeds onveranderlijk op de linker zijde

zonder pogingen te doen om overeind te komen. De kop wordt steeds wat achterover gehouden; de strektonus der achterpooten is duidelijk verhoogd, maar het dier vertoont geen sterke, duidelijke stijfheid.

Wordt het lichaam in de lucht gehouden:

hangend met den kop naar beneden, dan is de kop t. o. v. het bekken 135° naar links gedraaid en tevens 30° naar links gewend; het dier is in deze houding zeer onrustig en vertoont van tijd tot tijd „rollen" van den kop naar rechts,

in den normalen opgerichten stand, dan is de kop t. o. v. den thorax 90° naar

links gedraaid en gewend en hangt tevens de snuit recht naar beneden, in rechter zijligging, dan hangt de kop in rechter zijligging, soms wordt de kop

echter iets opgericht en tevens 60° naar links gewend,

in linker zijligging, dan hangt de kop in rugligging,

in rugligging, dan hangt de kop 90° naar links gedraaid; het dier vertoont dan

geen onrust, maar houdt rustig den kop in rechter zijligging,

hangend met den kop boven, dan wordt de kop in linker zijligging gehouden.

Men bemerkt dus bij dit onderzoek, evenmin als bij een vorig, niets van labyrinthoprichtreflexen. Bij alle houdingen van het lichaam in de lucht wordt de kop steeds zoo gehouden ais overeenkomt met de draaiing van 90—IS5° naar links van den kop ten opzichte van het bekken.

Het opgericht zijn van den kop bij rechter zijligging wordt waarschijnlijk geheel door deze draaiing veroorzaakt. Bij linker zijligging in de lucht ontbreekt in ieder geval elk teeken van een neiging om den kop op te richten.

Wordt bij het op den rug liggende en aan den thorax vastgehouden dier de kop ten opzichte van den thorax rechtgezet, dan blijft nog een draaiing van ± 30° van het bekken bestaan.

Legt men het dier in rechter zijligging op tafel en houdt den kop in rechter zij 1 iggi ng vast, dan richt het voorlicliaam zich op en het achterlichaam rolt in linker zijligging. In deze houding wordt de rechter voorpoot sterk gestrekt en geabduceerd gehouden, de linker gebogen.

In linker zijligging gelegd richt het dier den kop niet op, noch het voorste of achterste lichaamsdeel, ook niet als men in den linker voorpoot knijpt.

Houdt men liet lichaam van het dier in den normalen stand in de lucht en daarna op een tafel, dan verandert de kopstand niet.