Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedeelte der trochleariskernen en door de decussatio bracchii conjunctivi cerebelli gaan nog slechts de insteekopening en het eerste begin van het kanaal zien. De decussatio biacchii conjunctivi cerebelli is geheel ongelaedeerd. (Afb. 157 voor corp. qaudrig. post. lees: corp. quadrig. post.).

Bij konijn li. G. I., waarbij, na een zijdelingschen steek in het mesencephulon bij overigens intact gelaten hersenen, stijfheid opgetreden was en de labyrinthoprichtreflexen evenals de lichaamsoprichtreflexen verdwenen waren, bleek de zijdelingsche steek de linker roode kern sterk gelaedeerd en de decussatio Forel zoo goed als geheel verwoest te hebben.

Het microscopisch onderzoek van de hersenen der twee laatste konijnen, welke na een dubbelzijdigen, respectievelijk enkelzijdigen, zijdelingschen steek stijfheid en geen labyrinthoprichtreflexen noch lichaamsoprichtreflexen op het lichaam vertoonden, toonde dus aan, dat in het eene geval (konijn O) beide roode kernen zoo goed als verwoest waren en in het andere geval (konijn R. G. 1.) de decussatio van Forel gekliefd was. Ook werden de hersenen microscopisch onderzocht van een kat, welke na een zijdelingselu n steek stoornissen vertoonde van de spiertonusverhouding en van de oprichtfunctie, -namelijk van:

Kat Louise.

Gewicht 1.58 K.G.

16 Jan. 1923. Aethernarcose. — Carotiden tijdelijk afgebonden. — Trepanatie. Schedelda verwijderd. — Groote hersenen voor de thalami geëxtirpeerd. — Steek m de linker zijde van het mesencephalon dorsaal van den pes pedunculi cerebri in het niveau der nervi oculomotorii. — Huid gehecht. Narcose opgehouden.

12 uur 20: Einde der operatie. Haalt regelmatig adem. Hartswerking goed.

1 uur: Vertoont bij liggen in beide zijliggingen sterke stijfheid, zoowel van voorpooten, achterpooten, nek, rug als staart, vooral als de kop in zijligging vastgehouden wordt. Laat men den kop los, dan wordt deze wat opgericht en is de stijfheid minder sterk .

3 uur: Ligt steeds; richt alleen af en toe den kop op. Houdt men den kop in zijligging vast of brengt men het dier in rugligging, dan is het zeer stijf. Soms gaat behalve de kop ook het voorlichaam wat overeind.

Hangend met den kop omlaag: kop iets naar rechts t. o. v. het bekken gedraaid. Labyrinthoprichtreflexen +> d.w.z. van uit de linker zijligging, daar

het oprichten van den kop van uit de rechter zijligging door het gedraaid zijn van den kop t. o. v. het bekken veroorzaakt kan zijn.

linker zijligging lucht zwak +, kop iets naar normaalstand gedraaid,

rechter zijligging lucht zwak kop iets naar normaalstand gedraaid,

rugligging lucht zwak +, doet zwakke pogingen om den kop op

te richten.

Lichaamsoprichtreflexen op het lichaam —■

Op tafel gelegd richt de kop zich uit beide zijliggingen direct op. Halsoprichtreflexen +, zoowel op voorste lichaamshelft als

op het bekken.

De tonische halsreflexen zijn zeer sterk aanwezig, zoowel bij heffen en vooroverbuigen van den kop als het dier op zijde ligt als bij wenden van den kop van het op den rug liggende dier.

Tonische halsreflexen +

Kopdraai-reacties en -nareacties +

Sluiten