Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

ENKELE BESCHOUWINGEN OMTRENT DE LIGGING VAN HET CENTRUM DER LICHAAMSOPRICHTREFLEXEN OP DEN KOP.

Iel hoofdstuk V hebben we reeds gezien, dat alleen door een onderzoek op dieren, waarvan te voren beide labyrinthen geëxtirpeerd zijn, een juiste bepaling van de ligging van het centrum der lichaamsoprichtreflexen op den kop mogelijk is. Bij dieren met intacte labyrinthen is toch nooit een manifest worden der labyrinthoprichtreflexen bij het leggen van het dier op een onderlaag geheel uit te sluiten. Richt een dier met intacte labyrinthen in de lucht gehouden niét, maar op een onderlaag gelegd wél den kop uit beide zij liggingen op, dan kan dit verschil op het manifest worden der labyrinthoprichtreflexen berusten. Dit was een der redenen, wTaarom bij de reeds beschreven experimenten te weinig aandacht aan deze reflexen geschonken werd. Een andere reden was, dat bij liet begin van dit onderzoek, alhoewel zonder eenigen grond, aangenomen werd, dat alle lichaamsoprichtreflexen over gemeenschappelijke centra tot stand kwamen en voor het vinden van deze centra de met zekerheid aantoonbare lichaamsoprichtreflexen op het lichaam de aangewezen reflexen waren.

Toch werden bij de verschillende proeven enkele belangrijke waarnemingen ten opzichte van de lichaamsoprichtreflexen op den kop gedaan. Onder anderen dat het oprichten van den kop door een kat, welke op een onderlaag ligt, behalve door de labyrinthoprichtreflexen en de lichaamsoprichtreflexen op den kop, ook nog door kopoprichtreflexen op den kop tot stand komt.

Zooals in het vorige hoofdstuk bijv. bij kat Mediana beschreven werd, vertoonden toch enkele dieren geen overeind zetten van den kop, als ze in de lucht gehouden werden, noch als de romp op een onderlaag gelegd werd, noch als tevens de voetzolen met de onderlaag in contact gebracht werden, en evenmin als het dier daarbij heen en weer geschud werd, om direct den kop op te richten als het voorste gedeelte van den hals of de kop met dc ondeilaag in aanraking kwam. De kop werd dan direct recht overeind gezet en bleef zoo op de onderlaag rusten. Geheel hiermede overeenkomend werd door het dier ook direct de kop recht gezet wanneer men het dier in zijliggiiig in de lucht hield en dan zachtjes de eeue helft van den kop aaide.

In hoofdstuk V zagen we, dat de lichaamsoprichtreflexen op den kop nooit meer aantoonbaar waren na totale dwarse doorsnijdingen in of caudaal

Sluiten