Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Echter zou hun dit, de verhoogde strektonus en de uitgevallen oprichtreflexen in aanmerking genomen, ook na langeren tijd, zeker niet gemakkelijk gelukt zijn.

I it. de proeven van hoofdstuk \ II volgt, dat de roode kernen bij kat en konijn de centra zijn

a. voor de regulatie der normale spiertonusverhouding;

b. van de labyrinthoprichtreflexen;

c. van de liohaamsopnchtreflexen op het lichaam.

Wat de normale spiertonusverhouding betreft, zagen we, dat deze bij konijnen en katten niet verandert door doorsnijding der pvraimidenbanen (een geheel normale spiertonusverhouding bij de thalamusdieren!), dat daarentegen klieving der Forel'sche kruising ook verhoogden extensortonus geeft bij intacte pyramidenbanen. Toch leek vaak de stijfheid na klieving dezer kruising minder sterk als de groote hersenen intact waren en niet te voren geëxtirpeerd waren. A ooral bij katten kreeg men dezen indruk.

De vraag rjjst hoe de roode kernen bovengenoemde functies tot stand biengen en wel in de eerste plaats op welke wijze zjj de spiertonusverhouding regelen. Doen zij dit, buiten eenige prikkels om, door de eigen vitaliteit der cellen o1 met behulp van prikkels, die deze kernen langs ver-schillende banen \ an uit huid, spieren, labyrinthen of andere organen toestroomen ? En indien deze functie onder invloed van prikkels tot. stand komt, zijn deze prikkels dan speciale spiertonus regelende prikkels of zijn het dezelfde prikkels, welke ook de oprichtreflexen tot stand brengen 1 Men zou hierover lang kunnen theoretiseeren. Vooral als men bedenkt, dat de oprichtreflexen een dier uit een abnormale houding den normalen stand doen aannemen, voor welke handeling een telkens veranderen der spiertonusverhouding noodig is. Maar ook als het dier een normale houding heeft, dan zijn het deze oprichtprikkels, welke het bewaren van deze houding mogelijk maken, wat alleen door het behoud van bepaalde normale spiertonusverhoudingen mogelijk is.

Bedenken we dit alles, dan kan men, ook in verband met waarnemingen zooals bij konijn Oxrisette en bij konijn X, welke bij liggen op de eene zijde een veel sterker verhoogden extensortonus vertoonden, dan bij liggen op de andere zjjde, groote theorieën bouwen over het mechanisme van de regulatie der nomale spiertonusverhoudingen en van de rol van de oprichtreflexen daarbij gespeeld, maar ook niets dan theorieën.

Zeker weten we daarentegen omtrent dit mechanisme:

I. dat de roode kernen de. hoofdcentra zijn voor de 'regulatie der normale spiertonusverhoudingen;

II. dat de roode kernen de normale spiertonusverhouding ook nog in stand kunnen houden na extirpatie der geheele groote hersenen met corpora stnata, thalami optici en met het oraal van de roode kernen gelegen gedeelte van het mesencephalon en evenzoo na afsnijding der corpora quadrigemina;

Sluiten