Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten hebben, wel labvrinthoprichtreflexen, maar geen lichaamsoprichtreflexen op het lichaam aanwezig waren.

Ten vierde, de waaraemingen bij konijn Lemnos, waarbij eenzijdig een braochrum eonjunetivuiu cerebelli gelaedeerd was voor den overgang in de commissuur van Wemekink en dat slechts bij liggen op een onderlaag in linker zij liging een lichaamsoprichtreflex op het lichaam vertoonde en niet bij liggen op de rechter zijde.

De waarnemingen bij dit konijn gedaan worden hier uitvoeriger vermeld.

Konijn Lemnos.

Gewicht 1.48 K.G.

19 Jan. 1923. Aethernarcose. — Os occipitale vrijgelegd en het middelste gedeelte daarvan weggenomen. — De vermis van het eerebellum voorzichtig opgelicht en een steek aangebracht in den wand van den ventriculus XV voor de uittredingsplaats van den nervus octavus der rechter zijde. — De vermis gereponeerd en de nekspieren evenals de huid gehecht.

1 uur: Einde der operatie.

3 uur: Het konijn houdt voorlichaam en kop geheel normaal overeind. Het achterlichaam ligt echter in rechter zijligging en de ruggegraat is in het thoracale gedeelte concaaf naar links gekromd. Brengt men het achterlichaam, terwijl de kop in opgerichten stand wordt vastgehouden, in linker zijligging, dan draait het direct over den buik terug in rechter zijligging.

In de lucht gehouden houdt het dier den kop steeds in den normalen stand, zoowel als het lichaam in linker- of rechter zijligging gehouden wordt als in rugligging en eveneens bij hangen met den kop omhoog of omlaag. Bij dit laatste is geen kopdraaiing te bespeuren.

Legt men het dier in zijligging op een onderlaag en houdt den kop vast, dan treedt bij liggen op de rechter zijde geen lichaamsoprichtreflex op het lichaam op, maar wel wordt uit de linker zijligging ïiet lichaam opgericht en tracht dit zelfs door den normalen stand in rechter zijligging te gaan.

De invloed van de halsoprichtreflexen op het voorlichaam is duidelijk en ook geeft draaien van den kop van het in rugligging gebrachte dier draaiingen van het bekken.

Van eenige duidelijke stijfheid is niets te bemerken; het onderzoek der achterpooten is zeer moeilijk door sterke reflectorische bewegingen, door afweerbewegingen.

Dus: stijfheid

labvrinthoprichtreflexen _j_

lichaamsoprichtreflexen op het lichaam van uit rechter zijligging —

van uit linker zijligging -)halsoprichtreflexen _j_

Verder: liftreactie _j_

sprongopvangreflex _j_

Bij het onderzoek op de draai-reacties blijkt, dat bij draaien van het dier naar rechts de kop sterk naar links gewend wordt met duidelijke nareactie naar rechts, teiwijl bij dit draaien naar rechts ook een duidelijke kopnystagmus optreedt met den snellen component naar rechts.

Bij draaien naar links treedt slechts een zwakke draai-reactie naar rechts op gevolgd door een sterke nareactie naar links.

Ook bij het draaien naar links trad een kopnystagmus op, waarvan echter de richting van den snellen component niet duidelijk te onderscheiden was.

Als men het dier laat hangen met den kop naar beneden, dan ziet men soms een soort van rotatoire kopnystagmus optreden. De kop draait dan telkens langzaam ±70° naar links om ineens naar den normalen stand terug te schieten.

Sluiten