Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De compensatoire oogstanden, de oogdraai-reacties en -nareacties en eveneens de oogdraai-nvstagmus en -nanystagmus zijn op beide oogen en in de verschillende richtingen duidelijk en sterk aanwezig.

Dus ook: kopdraai-reacties en -nareacties +, eenigszins asymmetrisch,

kopdraai-nystagmus en -nanystagmus +

compensatoire oogstanden -|-

oogdraai-reaeties en -nareacties +

oogdraai-nystagmus en -nanystagmus -)-

20 Januari. Aan alles is te merken, dat het konijn ziet en hoort. Het schrikt bij geluiden, eet

in de kooi geworpen voedsel en komt in beweging als men de kooi nadert. Het dier houdt nog steeds den kop en het voorlichaam opgericht en in den normalen stand, terwijl het achterlichaam steeds in rechter zijligging blijft liggen. De labyrinthoprichtreflexen zijn duidelijk bij het houden van het dier in de lucht; de kop wordt steeds in den normalen stand gehouden.

Legt men het dier in linker zijligging op een onderlaag en houdt men den kop vast, dan richt het achterlichaam zich op en trekt aan den kop om in rechter zijligging te gaan. Dit laatste lukt echter niet geheel als de kop in linker zijligging vastgehouden wordt. Uit de rechter zijligging doet het achterlichaam geen pogingen om overeind te komen.

Bij draaien van den kop van het op den rug liggende dier treden duidelijke, sterke draaiingen van het bekken in beide richtingen op.

Bij het eten beweegt het dier den kop in alle richtingen. De verschillende oogreacties zijn allen sterk aanwezig.

Dus ook nu: labyrinthoprichtreflexen +

lichaamsoprichtreflexen op het lichaam uit linker zijligging -f-

uit rechter zijligging — halsoprichtreflexen +

21 Januari. Ligt nog steeds met het achterlichaam in rechter zijligging. Ook de kop ligt nu

vaak op de rechter zijde. Het dier richt echter wel den kop af en toe in den normalen stand op, onder anderen bij het eten. De nek wordt, als de kop ligt, wat achterover gestrekt gehouden. Er bestaat geen duidelijke stijfheid der achterpooten.

Bij hangen met den kop naar beneden is de stand van den kop afwisselend. Meest wordt ze eerst 70° naar links gedraaid gehouden om dan langzaam naar de mediaanlijn terug te gaan.

Op een onderlaag gelegd richt het lichaam bij in zijligging vastgehouden kop uit de rechter zijligging' zich niet op, wel uit de linker zijligging.

De oogen staan nu duidelijk gedevieerd, ook in den normaal opgericht gehouden kop. Het linker oog is naar boven gedevieerd, heeft een wijde pupil en vertoont geen nystagmus, terwijl het rechter oog, hetwelk naar beneden-voor, naar den neus is gedevieerd, nu een nystagmus met snellen component naar achter en boven vertoont. Deze nystagmus treedt op als het dier geirriteerd of vermoeid is.

22 Januari. Het dier ligt nu bijna steeds geheel in rechter zijligging met iets achterover

gestrekten kop. Het vertoont geen duidelijke stijfheid der extremiteiten.

Houdt men het dier in de lucht, dan is wanneer het lichaam hangt met den kop naar beneden: de kop 90° naar rechts gedraaid,

in de normale houding verkeert: de kop 35° naar rechts gedraaid,

in linker zijligging hangt: de kop in den normalen stand opgericht,

in rechter zijligging hangt: de kop eveneens normaal opgericht,

terwijl bij rugligging in de lucht: de kop in linker zijligging hangt. Het dier

is daarbij zeer onrustig. Soms lukt het aan het dier door ventraalwaarts buigen den kop op den thorax te brengen, waarna het rustig wordt.

De labyrinthoprichtreflexen zijn dus nog aanwezig, hoewel iets verzwakt.

Op tafel gelegd in rechter zijligging blijft het dier liggen, af en toe den kop

Sluiten