is toegevoegd aan je favorieten.

De beteekenis der roode kernen en van het overige mesencephalon voor spiertonus, lichaamshouding en labyrinthaire reflexen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongen, welke geen labyrinthreflexen vertoonde, onder anderen geen oogdraaireacties, en toeh bij gesloten oogen normaal en in rechte lijn liep, op één been kon staan, zich op een ronden op den grond liggenden boom kon staande houden, ja zelfs dezen met gesloten oogen in de lengte kon afloopen.

Behalve de labyrinthoprichtreflexen verdwenen door het uitvallen van de functies der roode kernen bij kat en konijn ook de lichaamsoprichtreflexen op het lichaam.

Nu zijn echter bij den mensch de verschillende oprichtreflexen nog niet nauwkeurig onderzocht en evenmin is nagegaan in hoeverre bij patiënten evenwichtsstoornissen op het ontbreken van een of meerdere dezer oprichtreflexen berusten. De stoornissen in het evenwicht bij den mensch worden door vele schrijvers gebracht onder het begrip van ataxie. Onder de ataxiesymptomen rangschikt men echter zeer uiteenloopende verschijnselen, zooals waggelend, ongecoördineerd loopen — het niet stil kunnen blijven staan bij

gesloten oogen op één been of op beide beenen met aaneengesloten voeten

het niet goed tegen elkaar kunnen brengen der toppen van de wijsvingers of van wijsvinger en neus — het niet goed, vlug en direct kunnen brengen van den hiel op de knie — het niet goed kunnen uitvoeren van bewegingen der vingeis ten opzichte van elkaar, ja door sommigen worden het voorbijwijzen, de propulsie, de retropulsie, ja ook zelfs de choreatische en athetotische bewegingen, de intentie- en andere tremoren er toe gerekend. Ik zou niet gaarne voor mijne rekening willen nemen de opvatting, dat al deze verschijnselen op een ontbreken of op stoornissen der oprichtreflexen berusten, maar omgekeerd zal afwezigheid dezer reflexen ataktische verschijnselen geven. Bij patiënten met ataxie zal dus de kans, dat zij stoornissen van de oprichtreflexen hebben, grooter zijn dan bij anderen.

Het derde symptoom na vernietiging der roode kernen bij katten en konijnen was verhoogde spiertonus. Dit laatste symptoom, hoewel frequent b;j neurologische patiënten voorkomend, wordt echter slechts zelden door de neurologen aan laesies of ziekelijke veranderingen der roode kernen toegeschreven, maar bijna steeds aan aandoeningen van de pyramidenbaan, van het corpus striatum of van de substantia nigra.

Alvorens te vermelden, wat in de literatuur te vinden is van verschijnselen bij den mensch bij aandoeningen der roode kern, lijkt het mij gewenscht na te gaan op welke gronden men voor den verhoogden spiertonus laesies van de pyramidenbaan, van het corpus striatum en van de substantia nigra verantwoordelijk stelt.

Be pyramidenbaanvemietiging wordt beschouwd als de oorzaak van den vei hoogden spiertonus bij hemiplegien ten gevolge van haemorrhagia cerebri of van encephalomalacie, bij spastische spinaalparalyse en bij eenige andere ziekten.

"W e zagen reeds, dat bij katten en konijnen na extirpatie der groote hersenen voor de thalami optici, waarbij ook de pyramidenbanen doorgesneden worden, een geheel normale spiertonusverhouding bestaat. Maar dit is

15