Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na het lezen van deze publicatie trachtte ik den invloed van laesies der substantia nigra bij konijnen en katten na te gaan door bij deze dieren beiderzijds met een smal mesje de hersensubstantie dorsaal van den pes pedunculi cerebri te vernietigen. De dieren vertoonden daarna geen verhoogden spiertonus. Echter werd geen microscopisch controle-onderzoek verricht, gedeeltelijk door gebrek aan tijd, gedeeltelijk door de volgende vondsten. Bij een kat, waarvan door Magstus eenzijdig de groote-hersenhemisfeer totaal verwijderd was en welke daarna weken lang dagelijks onderzocht was, vond Winkler een absoluut verdwenen zijn van alle cellen uit de substantia nigra der eene zijde. (Monakow vond hetzelfde in de hersenen van een mensch, waarin tevens een tumor in den lobus frontalis zat.) Deze kat had nooit eenige spiertonusafwijking vertoond, integendeel was de spiertonus steeds normaal en aan beide zijden gelijk geweest,

Ook Gordon Holmes (47) vond in de hersenen van den reeds besproken hond van (loi/rz alle cellen van de substantia nigra beiderzijds geabsorbeerd, de grondsubstantie gescleroseerd, terwijl de merghoudende vezels verdwenen waren en de geheele substantie vervangen was door gliacellen. Ook deze hond vertoonde, zooals we reeds zagen, absoluut geen spastische verschijnselen.

Eoonomo en Karplus (35) doorsneden én bij katten én bij apen (macacus) beiderzijds den pes pedunculi met substantia nigra. Op de afbeeldingen 179 en 180, uit hun publicatie overgenomen, ziet men de aangebrachte laesies aangegeven. Ook deze dieren vertoonden geen hypertonie en liepen o. a. normaal. Dus ook aan Tretiakoff 's opvatting geven de dierenexperimenten geen steun.

De waarnemingen van Tretiakoff werden door Foix (43) en Lhermttte (117) (congres te Parijs 1921) bevestigd en eveneens deelde Goldstein (14) op het Braunschweig'sche congres (1921) mede, dat hij in de hersenen van patiënten gestorven aan encephalitis lethargica met postencephalitisch parkinsonisme zware degeneratie gevonden had in de substantia nigra, terwijl palaeo- en neostriatum tamelijk intact bevonden waren. Ook Foix vond na encephalitis, welke aanleiding had gegeven tot spierstijfheid, de substantia nigra steeds sterk gedegenereerd, terwijl de veranderingen in het corpus striatum zeer afwisselend waren, nu eens sterk, soms bijna nul.

Lhermitte, hoewel deze waarnemingen bevestigend, wees er op, dat hij zeven maal bij patiënten, welke geheel andere aandoeningen zonder spastische verschijnselen hadden gehad, na den dood ook sterke veranderingen in de substantia nigra had gevonden.

Lewy (110) meldt, dat hij slechts in 11 van de 50 door hem onderzochte gevallen van paralysis agitans de door Tretiakoff vermelde veranderingen had kunnen vinden, terwijl hij bij chorea ook vaak afwijkingen in de genoemde substantie aantrof. Ook Douglas Mo Alpine (2a) vond geen afwijkingen in de substantia nigra in drie van de door hem onderzochte gevallen van idiopathische paralysis agitans, terwijl Gamna en Omedei—Zoni (geciteerd naar Mac Alpine, oorspronkelijk artikel in Pathologica, 15, II, 1923)

Sluiten