Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was een kind van 18 maanden, dat sedert 2 maanden suf en lusteloos was. Sedert 2 weken waren de pupillen wijd en de beenen stijf. Drie dagen voor de opname was ze geheel stijf geworden met opisthotonus.

AFB. 181.

Overg. uit: S. A. Kinniek V.ilson. , On decerebrate rigiditv in man. Brain. Vol. 45, Part. 2, 1922.

Bij liet onderzoek werd gevonden: absolute bewusteloosheid, starende oogen, stijfheid van het heele lichaam, het hoofd achterover, de mg hol, de extremiteiten gestrekt en geaddnceerd, de peesreflexen verhoogd, Babinski +. De stijfheid was vaak zoo sterk, dat de armen boven de dekens in de lucht gehouden werden. De onderarmen waren tevens maximaal geproneerd en de vingers over den naar binnen geslagen duim gebogen. Verder hyperpyrexie.

Deze toestand duurde 28 dagen, waarna het kind stierf.

3. Ben derde geval deelt Gordon Holmes (48) mede. Hier werd als oorzaak gevonden een scherp begrensde tumor liggende in het dorsale gedeelte van liet rnesencephalon, welke ventraalwaarts nergens verder reikte dan op een al stand van 1 cM. van den pes pedunculi cerebri, maar oraalwaarts ook den thalamus indrong. Door den tumor waren verwoest de nucleus interims en de nucleus dorsalis thalami, het tectum en tegmentum van het rnesencephalon, dus ook de roode kernen, en de braechia conjunctiva cerebelli. Verder was de tumor iets ingedrongen in den lobus lateralis en in het laterale deel van den vermis van het cerebellum.

In Marchi-praeparaten van de medulla werden alleen de tractus rubro-

spmales gedegenereerd gevonden; in het ruggemerg behalve in de zij strengen,

waarin deze tractus loopen, ook wat gedegenereerde vezels in de dorsale strengen.

Sluiten