Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij het microscopisch onderzoek van medulla oblongata en ruggemerg beiderzijds degeneratie (Marchi-methode) van den tractus rubrospinalis vond.

In de hersenen van een anderen patiënt, die moribund ten gevolge van een heftige haemoptoe in het ziekenhuis binnenkwam, en die reeds sedert geruimen tijd een eenzijdigen tremor zou gehad hebben, trof hij een kleinen tuberculeusen haard aan, welke juist den tractus rubrospinalis verwoest had.

Bij een anderen patiënt, die links een hemiplegie en rechts een hemitremor vertoond had, vond hij een ponstumor, welke de linker pyramidenbaan en den rechter tractus rubrospinalis had doen degenereeren.

Ook bij dieren, namelijk bij katten, werd tremor waargenomen en wel na kunstmatige laesies. De eerste maal door Eoonomo en Karpltjs (35) bij een kat, waarvan zij beiderzijds de hersenstelen hadden doorgesneden en waarbij tevens, zooals later bij het microscopisch hersenonderzoek (Marchimethode) bleek, de beide rubrospinale banen licht gelaedeerd waren. Deze kat vertoonde een spastiseh-ataktischen loop en een dubbelzijdigen tremor.

Geheel hetzelfde vertoonde een andere kat, waarbij slechts eenzijdig de pes pedunculi cerebri was doorgesneden, echter tevens de roode kern derzelfde zijde en de van de andere roode kern komende rubrospinale baan, na de kruising van Forel gepasseerd te zijn, gelaedeerd waren. Bij deze kat werd zelfs een tremor van den staart gezien.

Een derde maal namen deze onderzoekers een tremor waar, maar dezen keer alleen van de linker extremiteiten, bij een kat, waarvan de rechter hersensteel doorgesneden was en ook beide rubrospinale banen min of meer gelaedeerd waren.

Kinnter Wilson zag eveneens een linkszij digen tremor, maar alleen van den voorpoot, bij een kat, welke Bazet en Penfield (8) halfzijdig gedecerebreerd hadden tot achter de corpora quadrigemina posteriora (geen microscopisch hersenonderzoek) aan de rechter zijde.

Beschouwen we deze vier gevallen van experimenteel opgewekten tremor nader en bedenken we daarbij, dat Eoonomo en Kabplus dit verschijnsel nooit zagen bij al hun overige proefdieren, waarbij de hersenstelen met de substantia nigra geheel of gedeeltelijk, eenzijdig of beiderzijds, doorgesneden waren zonder de rubrospinale banen te verwonden, en dat evenmin tremor werd waargenomen door andere onderzoekers als Goltz, Rothmann, Dusser de Barenne bij groote-herscnlooze dieren, noch deze door Starlinger, Karpltjs en Kreidl bij hun, reeds in dit hoofdstuk weergegeven, proeven wordt vermeld, dan schijnt bij dieren een uitsluitende laesie der pyramidenbanen niet voldoende te zijn voor het optreden van tremoren, evenmin als daarbij tevens de substantia ni<*ra gelaedeerd of gedegenereerd is.

In het derde hierboven vermelde geval van Eoonomo en Karplus valt het echter op, dat hoewel beide rubrospinale banen aangedaan waren alleen een tremor gezien werd aan de zijde der gedegenereerde pyramidenbaan. Dit pleit voor een invloed van deze laatste degeneratie, alhoewel bij de tweede kat ook een tremor bestond aan de zijde met uitsluitende laesie van den tractus rubrospinalis.

Sluiten