is toegevoegd aan je favorieten.

De beteekenis der roode kernen en van het overige mesencephalon voor spiertonus, lichaamshouding en labyrinthaire reflexen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bespreking en verklaring der verschijnselen. Hij weet namelijk met deze verschijnselen geen raad èn omdat de pyramidenbanen niet waren aangedaan èn omdat de roode kernen wèl verwoest waren. Uit de publicaties van Sherrington en de andere Engelsche onderzoekers had hij toch afgeleid, dat de roode kernen de stijfheidscentra waren.

Samenvattend had deze patiënt

eerst: hemiasynergie, hemiataxie en halfzijdigen intentietremor gepaard met hypertonie en sterke stoornissen van de opricht functie en van het vermogen om

het lichaamsevenwicht te hunnen bewaren;

later: para-asynergie met ataxie en een absoluut onvermogen om zich op te richten en om het lichaamsevemvicht in stand te houden, gepaard mei hypertonie.

Dus in het eindstadium stoornissen van de spiertonusregulatie en van c e oprichtfunctie geheel eender als bij de proefdieren, waarbij de deeussatio Forel gekliefd was.

Tuberculose van de roode kern.

III. Greiwe (154) beschrijft een geval, waarbij hij een vast aanvoelenden, licht gelen haard vond, van de, grootte van een hazelnoot (grootste doorsnede 1.7 cM.) in het laterale deel van het tegmentum van de rechter mesencephalonhelft. De thalamus was geheel intact, het rechter corpus quadrigemmum anticum iets naar boven en dorsaalwaarts verdrongen, overigens ook intact evenals de substantia grisea en de rechter oculomotoriuskern en -wortel. De haard heeft een deel van de formatio reticularis en de laterale helft van de rechter roode kern vernietigd. Het mediale deel en ook de eaudale pool van deze kern waren echter intact, evenzoo de substantia nigra en de pes pedunculi cerebri der rechter zijde, terwijl ook de geheele linker mesencephalonhelft geen afwijkingen vertoonde. De haard was in het midden verkaasd en vertoonde tuberkelbacillen in het randgedeelte.

Toen de patiënt, waarvan deze hersenen afkomstig waren, in het ziekenhuis werd opgenomen, vertelde hij, dat hij acht maanden geleden had opgemerkt, dat hij steeds meer moeite kreeg met het bewegen van rechter arm en been. In den beginne waren ook af en oe clonische pro- en supinatiebewegingen van den linker arm opgetreden, maar later niet meei Het loopen ging vooral moeilijk; de bal van den linker voet schuurde steeds over den grond en trappen lclimwnen Icon hij haast heelemaal niet.

Greiwe constateerde bij het onderzoek, behalve longtuberculose en een afname van de gehoorscherpte links, een wat minder sterk zijn der ruwe kracht van den Imker ten opzichte van den rechter arm. Het linker been was spastisch met zeer levendige patellairreflexen, maar geen clonus. Bij loopen was ook de beweging van het linker been spastisch en de punt

van den voet scheerde daarbij over den grond.

Tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis worden de paresen en spastische verschijnselen aan de linker zijde steeds sterker, ook de linker facialis wordt paretisch. Patiënt heett geen last van hoofdpijnen, braken of duizeligheid. Klaagt wel over dubbelzien, echter zijn geen oogspierverlammingen te constateeren. Twee maanden na opname sterft de patiënt aan longtuberculose.