Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het haardje reikt niet over de mediaanlijn, gaat dorsaal nog steeds tot aan den fasciculus longitudinalis posterior, terwijl het ventraal niet buiten de roode kern treedt.

AFB. 186.

In deze doorsnede is duidelijk zichtbaar, dat de verweeking veroorzaakt is door thrombose van een kleine arterie. (Deze arterie komt overeen met liet door Duret (zie afb. 194 : b) beschreven zijtakje van de arterie, welke in de mediaanlijn oraal van den pons loopt. Door dit zijtakje wordt volgens Duret van bloed voorzien een gebied ter weerszijden van de mediaanlijn, dat een deel van de roode kern, van den fasciculus longitudinalis posterior en een klein stukje van de oculomotoriuskern bevat.)

In een nog meer oraal liggende coupe, gaande door de corpora quadrigemina, is geen haard meer te zien en is de doorsnede der roode kern weer intact. De cellen zijn echter oedemateus en vertoonen met de Nisl kleuring degeneraties; ook zijn de cellen hier allen van het kleincellige type.

Volledigheidshalve zij nog medegedeeld, dat de onderzoekers ook twee zeer kleine haardjes op andere plaatsen aantroffen.

Deze hersenen waren van een man, die in Januari 1911 een kortdurend toevallet je, zonder algeheel bewustzijnsverlies en zonder blijvende stoornissen, had gehad. De man is daarna weer geheel goed, maar den 15en November van datzelfde jaar treedt ineens ptosis op gepaard met dubbelzien, terwijl hij tevens moeite heeft zich staande te houden en te loopen. Hoewel hij niet duizelig is, voelt hij zich steeds naar links getrokken. Hij heeft geen last van hoofdpijnen, noch van oorsuizingen.

Bij het onderzoek blijkt zijn spierkracht volkomen intact en geen verlammingen aanwezig te zijn. Wel worden gecompliceerde bewegingen geheel abnormaal uitgevoerd. Er is ook geen facialisverlamming, maar toch worden de lip- en tongbewegingen langzaam verricht en hij kan slechts zeer moeilijk blazen en fluiten. Hij verricht alle eenvoudige bewegingen, zoowel van onder- en bovenarmen als van de beenen, gemakkelijk. De peesreflexen zijn rechts een weinig verhoogd, er is geen positieve Babinski en ook de sensibiliteit is normaal.

Maar de linieer extremiteiten vertoonen maximaal sterke asynergie en ataxie, terwijl ooi:

Sluiten