Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oude haarden in de roode kern.

IX. Wallenberg (203) beschrijft een ziektegeval, waarbij hij bij de obductie een erwtgroote cyste vond gelegen in het tegmentum van de rechter mesencephalonhelft. In de coupe door het midden der corpora quadrigemina

anteriora (zie afb. 187) vertoonde de cyste zijn

AFB. 187.

grootste doorsnede, welke ellipsvormig was met afmetingen van 8 bij 5 millimeters. De cyste was omgeven door een bindweefselkapsel en verwoestte een groot deel der roode hem, namelijk het ventrolaterale deel; verder een deel van den lemniscus medialis, de meest lateraal loopende vezels van den rechter oculomotoriuswortel en gedeeltelijk het mediale deel der substantia nigra.

In de coupe juist door de grens tusschen voorste en achterste corpora

quadrigemina was het bindweefsel te zien van den caudalen cystewand (zie afb. 188), welke een kleiner defect maakte dan dat in de vorige coupe. Van de roode kern was meer intact. De substantia nigra was in de verschillende coupes pigmentarm.

Deze hersenen waren afkomstig van een in Danzig algemeen bekenden, 49 jaar ouden, bedelaar, die op zijn zesde jaar een toeval zou hebben gehad, waarna hij steeds halfzijdig verlamd was. Den len April 1887 kwam hij naar het ziekenhuis voor erge benauwdheid, waarvan de oorzaak een vitium eordis (aortainsufficientie + mitraalinsufficientie) was. Het neurologisch onderzoek toonde aan een afgeweken zijn van het rechter oog lateraalwaarts. Hij kon dit oog slechts heel weinig naaiden neus toe bewegen, maar alle andere oogbewegingen

«raMn n-rtll A»1 i T1111 f' t ^ 1111 Wf1 l'Vl'l k( ll OT) I WRS in liet t llO IH "

cale gedeelte convex naar rechts gebogen, in het lumbale deel convex naar links.

De linker arm was sterk atrophisch, vertoonde sterke adductie in het schoudergewricht en werd vast tegen den thorax aangedrukt gehouden. De onderarm was in elleboog en pols rechthoekig gebogen, verder geproneerd en bijna geheel onbeweeglijk. De duim was naar binnen geslagen en gestrekt. De andere vingers werden in de metacarpophalangeaal gewrichten gebogen gehouden, maar waren in de andere gewrichten gestrekt. De vingers waren passief beweeglijk, vertoonden athetoide bewegingen, maar konden niet actief bewogen woiden.

Het linker been werd in de heup wat gebogen gehouden, was verder naar binnen geroteerd en vertoonde een pes equino-varus. Het bezat slechts geringe kracht. Kleine bewegingen kon het echter uitvoeren en ook vertoonde het normale reflexen. Wel was het atrophisch, maar veel minder dan de arm.

De patiënt vertoonde. geen sensibiliteitsstoornissen. Men had nooit ataxie bij het loopen van hem bemerkt; een onderzoek daarop was in het ziekenhuis door zijn toestand niet mogelijk. Patiënt sterft 5 dagen na zijn komst in het ziekenhuis ten gevolge van zijn hartkwaal.

X. Halban en Infeld (58) troffen een verkalkten haard (tuberkel?) aan in het linker tegmentum van het mesencephalon, welke juist de roode kern over

AFB. 188.

Uit: A. Wallenberg. — Veranderungen der nervösen Centralorgane in einem Falie von cerebraler Kindererlahmung. Archiv f. Psych. u. Nervenkrankh. Band 19, 1888.

Sluiten