Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer beschadigd waren. Ook liet extirpatie van het eerebeilum bij thalamuskonijnen, zooals Magntjs en de Kleyn zagen, deze reacties voortbestaan.

Hiermede was dus bewezen, dat voor de verschillende labyrinthaire compensatoire oogreacties geen centra noodzakelijk zijn, welke oraal van het mesencephalon liggen. Deze reacties kunnen echter natuurlijk alleen tot stand komen als de oogspierkernen intact zijn. Het is echter de vraag of behalve deze oogspierkernen en hunne verbindingen met den nervus octavus, ook nog andere middenhersencentra noodig zijn.

Dit is zeer moeilijk uit te maken, want snijden we het mesencephalon af, dan worden ook de oculomotoriuskernen en trochleariskernen afgesneden. Weliswaar blijft de nucleus abducens, van waaruit de musculus rectus externus geïnnerveerd wordt, over, maar van der Hoeve en de Kleyn (63) vonden bij hun onderzoekingen over den stand der oogen bij verschillende standen van den kop in de ruimte, dat daarbij zjjdelingsche, horizontale afwijkingen geen duidelijke rol spelen.

Met behulp van totale dwarse doorsnijdingen kon dus alleen worden nagegaan, welk gedeelte van het mesencephalon oraal van de oculomotoriuskernen en van de trochleariskernen niet noodig is voor het optreden der verticale, respectievelijk rotatoire compensatoire oogstanden. Alvorens over te gaan tot de beschouwing der waarnemingen gedaan 11a deze dwarse doorsnijdingen door het voorste gedeelte van het mesencephalon, zij eerst nog vermeld, hoe Winkler, naar aanleiding van de door Magnus en de Kleyn gedane waarnemingen en op grond van anatomische gegevens, zich het centrale mechanisme dezer reacties eenigszins voorstelt en voor mogelijk houdt. Winkler vermoedt, dat de nuclei olivares superiores bij de compensatoire oogstanden een rol spelen.

De vezels uit de macula sacculi gaan na onderbreking in hun spinaal ganglion — het ganglion distale Scarpae — door den 11. cochlearis eentraalwaarts en meerendeels naar de disto-ventrale afdeeling van den nucleus ventralis N. VIII. Enkele vezels gaan langs het corpus trapezoides naar de nuclei trapezoides mediales.

Echter gaan ook sacculusvezels door de radiatio dorsalis N. cochlearis langs de stria-acustica in de triangulaire kern en wel of direct ot' langs een omweg (na doorboring van de area ovalis corporis restiformis langs de radix descendens N. vestibularis).

De primaire kernen voor de sacculusvezels zijn dus:

de disto-ventrale afdeeüng van den nucleus ventralis N. VIII, de nuclei trapezoides mediales,

de nucleus triangularis.

Uit de disto-ventrale afdeeling van de ventrale octavuskern en uit de nuclei trapezoides mediales ontspringen vezels, die deels gekruist, deels ongekruist verbinding tot stand brengen met de kerngroep der bovenste olijven. Door tusschenkomst van deze kerngroep wordt een verbinding verkregen

Sluiten