Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het onderzoek over de oorzaken van het optreden van den geheel anderen toestand na het doorsnijden van het mesencephalon op de door Sherrington aangegeven wijze, toonde aan:

I. dat het verschil, wat het centrale mechanisme der oprichtfunctie en der regulatie van de normale spiertonusverhouding betreft, tusschen een thalamnskat of thalamuskonijn met normalen spiertonus èn een gedecerebreerde kat of konijn met ontherseningsstijfheid in hoofdzaak berust op het intact zyn der roode kernfuncties bij de eersten, terwijl deze functies bij de tweeden zijn opgeheven;

II. dat door het verloren gaan der roode kernfuncties bij kat en konijn de normale spiertonusverhouding overgaat in een toestand met verhoogden extensortonus, ook al zijn overigens de hersenen geheel intact;

III. dat door het opgeheven zijn der roode kernfuncties bij kat en konijn de labyrinthoprichtreflexen en de lichaamsoprichtreflexen op het lichaam niet meer kunnen optreden, waardoor de oprichtfunctie zoodanig gestoord is, dat de dieren niet meer overeind kunnen komen, ook al zijn overigens hun hersenen intact;

IV. dat de roode kernen van kat en konijn de centra zijn, welke de normale spiertonusverhouding in stand houden en dat deze kernen daartoe ook in staat zjjn als de groote hersenen met corpora striata, thalami optici en het oraal van de roode kernen gelegen mesencephalongedeelte zijn afgesneden, evenals na extirpatie van het mesencephalondak met corpora quadrigemina;

V. dat de roode kernen van kat en konijn de centra zijn der labyrinthoprichtreflexen en dat deze reflexen over deze kernen nog tot stand kunnen komen als de geheele groote hersenen met corpora striata, met thalami optici en met het oraal van de roode kernen gelegen gedeelte van het mesencephalon zyn afgesneden, evenals na wegname van het mesencephalondak met corpora quadrigemina en ook, zooals Magnus en de Kleyn aantoonden, na extirpatie van het cerebellum;

VI. dat de roode kernen bij kat en konijn de centra z^n der lichaamsoprichtreflexen op het lichaam en dat deze reflexen nog over deze kernen tot stand kunnen komen na extirpatie der groote hersenen met corpora striata en thalami optici, terwijl bij het konijn het optreden van deze reflexen ook nog mogelijk is als tevens het meest orale gedeelte van het mesencephalon is geëxtirpeerd en eveneens als de corpora quadrigemina afgesneden zijn;

VII. dat de lichaamsoprichtreflexen op den kop, welke door de Sherrington'sche decerebratie tusschen voorste en achterste corpora quadrigemina steeds verdwijnen, niet tot stand komen over de roode kernen, maar dat bij konijnen (zooals een onderzoek bij deze dieren na dubbel-

Sluiten