is toegevoegd aan je favorieten.

De beteekenis der roode kernen en van het overige mesencephalon voor spiertonus, lichaamshouding en labyrinthaire reflexen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10 wur 35: Stijfheid — geen spoor.

Labyrinthoprichtreflexen + ; de standen van den kop zijn, als men het dier in de lucht houdt

in linker zijligging : kop duidelijk naar den normalen stand

gedraaid.

in rechter zijligging : kop bijna in den normalen, opgerichten

stand.

hangend met den kop naar boven : kop voorbijgaand in den normalen

stand, draait vervolgens naar links en beschrijft cirkeltoeren.

hangend met den kop naar beneden: kop 90° naar links gedraaid t. o. v. het

bekken.

in rugligging : kop gaat eerst door draaien naar links

in rechter zijligging en richt zich daarna door ventraalwaarts wenden op. Lichaamsoprichtreflexen op het lichaam +, bij schudden met in zijligging vastgehouden kop doet het dier duidelijke pogingen om het achterlichaam op te richten; dit gelukt echter niet geheel.

Halsoprichtreflexen -j-, Zet men den kop van uit beide zij¬

liggingen recht, dan gaat eerst het voorlichaam opzitten en na eenigen tijd ook het achterlichaam. Draaien van den kop van het in rugligging gebrachte dier geeft duidelijke draaiingen van het bekken.

Als het dier in linker zijligging ligt gaat de kop soms langzaam meer en meer achterover. Tegelijk draait de kop daarbij naar links, zoodat het schedeldak onder komt. De pooten, vooral de voorpooten, worden dan sterk gestrekt en beginnen loopbewegingen te maken. De verhoogde strektonus en loopbewegingen verdwijnen direct als men den kop weer in linker zijligging brengt.

Liftreactie -j-

Sprongopvangreflex —

Sprongreflex

Tonische halsreflexen -|Tonische labyrinthreflexen -j-

Draaien van den kop, zoowel van het in linker als in rechter zgligging liggende dier, geeft duidelijk waarneembare tonische halsreflexen.

Zet men het dier op tafel in de normale houding, dan vertoont het een geheel normale spiertonusverhouding; buigt men den kop ventraalwaarts dan buigen de voorpooten zich; heft men den kop op, achterover, dan worden de voorpooten gestrekt geheel als bij een normale kat.

Legt men het dier van uit buikligging om in rugligging, dan treedt na een lange latentieperiode strekking der voorpooten op. Plaatst men het dier op de tafel met wervelkolom en snuit recht naar boven, dan maken de voorpooten loopbewegingen en de achterpooten gelijktijdig sprongbewegingen. Kopdraai-reacties en -nareacties

Horizontale oogdraai-reacties en -nareacties -j-, zoowel bij draaien naar rechts

als naar links.

Oogdraai-nystagmus —

Liftreactie _|_

1 uur: Gaat in de kooi rechtop zitten. Loopt voortdurend rond en springt telkens tegen

den wand der kooi op.

2 uur: Is zeer onrustig, waardoor de ademhaling slechter wordt. Reflexen geheel als

boven. Het dier gedood.

Obductie: Bloeding op het dorsale en ventrale oppervlak van het cerebellum en van de medulla. Een bloedstolsel in het voorste gedeelte der schedelholte. De sneevlakte bestaat uit twee gedeelten, welke nagenoeg een wig met elkaar vormen. De hemisferen met corpora striata zijn aan beide zijden afgesneden. Ventraal is het chiasma opticum zichtbaar met ter weerszijden een los hangend stuk van den lobus pyriformis. Dorsaal gaat de sneevlakte door de thalami optici.