Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kat 6.

Gewicht 2.7 K.G.

28 Nov. 1921. Aethernarcose. — Tracheotomie. — Kunstmatige ademhaling met een mengsel van aether en lucht. — De carotiden afgebonden. — De nervi vagi doorgesneden. — Trepanatie met behoud van een mediane beenspang (Morita). — De groote hersenen geëxtirpeerd. — Schedelhuid gehecht. — Narcose opgehouden.

10 imr 15. Einde der operatie.

10 uur 25: De kat is nog zeer slap, komt slechts heel langzaam uit de narcose bij en vertoont slechts af en toe enkele spontane ademhaling-strekkingen. Oor-snorhaarreflex -(-. Corneareflex -J-.

10 uur 40: Haalt spontaan adem, echter met groote tusschenpoozen tussehen de respiratie-

bewegingen. Corneareflex +. Oorschelpreflex +. Patellairreflex +, doch zwak. Gelijkzijdige buigreflex —. Gekruiste strekreflex —.

Is niet stijf.

11 uur: Is nu wel stijf; alle vier de extremiteiten zijn stijf, de nek echter slechts weinig.

Slikreflex 4-. Oorreflex +. Corneareflex +. Patellairreflex +. Gekruiste strekreflex Gelijkzijdige buigreflex -|-.

Stijfheid _|_

Labyrinthoprichtreflexen —

Lichaamsoprichtreflexen op den kop —

op het lichaam —

Halsoprichtreflexen

Tonische halsreflexen op de extremiteiten +

Tonische labyrinthreflexen „ „ ?

De spiertonus aan de extremiteiten verandert niet duidelijk bij omleggen van het dier van buik- in rugligging. Wel is duidelijk, dat als de kop van het op zijde liggende dier zoodanig gedraaid wordt, dat de onderkaak boven komt, de bovenliggende poot meer tonus heeft dan de onderliggende.

Liftreactie

Sprongopvangreflex

Sprongreflex

Kopdraai-reacties en -nareacties -f-, sterk.

Horizontale oogdraai-reacties 11 uur 20: Stijfheid _|_

Duidelijke stijfheid van de vier extremiteiten, geringe van den nek. Omleggen van buik- in rugligging geeft nu sterke vermeerdering van den strekspiertonus. Na eenigen tijd wachten worden de pooten maximaal gestrekt en de nek geretraheerd. Ten slotte ontstaan loopbewegingen. De kat kan op zijn 4 pooten staan.

Tonische labyrinthreflexen -j_t sterk.

Tonische halsreflexen +' 0ok sterk, namelijk bij heffen en

vooroverbuigen van den kop van het op zijde liggende dier. Labyrinthoprichtreflexen in de lucht — in zijligging in de lucht gehou¬

den houdt de kat den kop in zijligging.

Lichaamsoprichtreflexen op den kop

op het lichaam —, ook bij prikkelen doet het dier geen pogingen om overeind te komen.

Halsoprichtreflexen op voorlichaam —

op bekken -|_ f, draaien van den kop van de

op den rug liggende kat geeft slechts een zwakke draaiing van het bekken.

Kopdraai-reacties en -nareacties

Sluiten