Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 uur 15: Op zijde liggend vertoont het dier een duidelijke stijfheid van voor- en achter-

pooten, welke nog toeneemt als men het dier in rugligging brengt, daarentegen bij buikligging veel minder sterk is.

Stijfheid -)-

Labyrinthoprichtreflexen —

Lichaamsoprichtreflexen — (liggend op de linker zijde richt het

dier soms den kop iets op, echter hangt de kop, wanneer het dier in de lucht hangt met den kop naar beneden, naar rechts gedraaid).

Halsoprichtreflexen -)-, zwak.

Liftreactie +, sterk.

Sprongopvangreflex ? , niet duidelijk.

Kopdraai-reacties en -nareacties -|-, geen kopdraai-nystagmus.

Compensatoire oogstanden, verticaal -(-, sterk.

rotatoir ? dubieus.

2 wur. Is na het voorafgaand onderzoek zeer vermoeid en zwak; de ademhaling geschiedt

moeilijk.

8 uur: Sterft.

Obductie: In de schedelholte geen bloeding. De hersenen worden uit de schedelholte genomen. Het is niet mogelijk de deelen gelegen vóór en achter de snede van elkaar te scheiden, waardoor de ligging der sneevlakte niet is te bepalen. (De decerebratie was hier verricht met behulp van een spatel, welke door de trepanatieopening in de schedelholte was gebracht en waarmede, op geleide van het tentorium, het mesencephalon werd doorgesneden.)

Konijn 5.

Gewicht 1.60 K.(i.

24 Nov. 1921. Aethernarcose. — Tracheotomie. — Kunstmatige ademhaling met een mengsel van aether en lucht. — De carotiden afgebonden. — De nervi vagi doorgesneden. — Trepanatie. — Schedeldak verwijderd. — Arteriae vertebrales manueel dichtgeklemd. — Oroote hersenen met behulp van een dwarssnede door het mesencephalon geëxtirpeerd. — Bloeding gestelpt. — Huid gehecht. — Opgehouden met narcose. (Bij het afbinden der carotiden scheurde aan de eene zijde de carotis door, waardoor een vrij sterk bloedverlies).

10 uur 25: Einde der operatie. Het dier haalt spontaan adem. Corneareflex -f-.

10 uur 45: Patellairreflexen -|— Corneareflexen +. Gelijkzijdige buigreflex +. Gekruiste

strekreflex -j-. Het dier vertoont geen stijfheid.

Ontherseningsstijfheid —

Labyrinthoprichtreflexen —

Lichaamsoprichtreflexen op den kop -f-

Lichaamsoprichtreflexen op het lichaam —

Halsoprichtreflexen op voor- en achterlichaam -fTonische halsreflexen ?

Tonische labvrinthreflexen

Het dier, in zijligging op een onderlaag liggend, richt direct den kop op. Van uit de linker zijligging alleen den kop, van uit de rechter zijligging ook het voorlichaam. Omleggen van het dier van uit buikligging in rugligging (de kop t. o. v. den thorax gefixeerd) veroorzaakt een zwakke strekking der voorpooten. Daarentegen is geen invloed bemerkbaar, noch van draaien van den kop van het op zijde liggende dier, noch van draaien of wenden van den kop van het in rugligging gebrachte dier.

11 uur S5: Stijfheid _

Labyrinthoprichtreflexen —

Lichaamsoprichtreflexen op den kop -f-, zwak.

op het lichaam —

Halsoprichtreflexen -|_

Tonische labvrinthreflexen ? , niet duidelijk aantoonbaar.

Tonische labvrinthreflexen ? , niet duidelijk aantoonbaar.

22

Sluiten