Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Konijn 8.

Gewicht 2.06 K.G.

11 Jan. 1!)22. Aethernarcose. — Tracheotomie. — Kunstmatige ademhaling met een mengsel van aether en lucht. — De carotiden afgebonden. — De nervi vagi doorgesneden. — Trepanatie. — Het schedeldak weggenomen. — De groote hersenen geëxtirpeerd met een snede voor de corpora quadrigemina anteriora. — Opgehouden met narcose. — De huid gehecht.

10 uur 5: Einde der operatie. Het dier haalt spontaan adem. De corneareflexen zijn -)-. Uit den naad van de schedelhuid droppelt bloed.

10 uur 15: Volgens den raad van Prof. Weiland het dier neergelegd met den kop laag en het bekken hoog. De bloeding houdt echter aan. Daarom de schedelnaad geopend, het bloed verwijderd, de schedelhuid weder gehecht en de kop hoog opgehangen.

10 uur 25: De bloeding is tot staan gekomen.

11 uur 10: Het dier is stijf, niet sterk, maar toch duidelijk.

Stijfheid +

Labyrinthoprichtreflexen —; bij hangen met den kop naar

beneden hangt de kop iets, afwisselend 0—45°, naar rechts gedraaid. Lichaamsoprichtreflexen op den kop —

Lichaamsoprichtreflexen op het lichaam —■

Halsoprichtreflexen op het voorlichaam duidelijk.

op het bekken +, duidelijk.

Tonische halsreflexen op de extremiteiten -|-, sterk.

Tonische labyrinthreflexen op de extremiteiten -)-, sterker dan de halsreflexen. Liftreactie +

Sprongopvangreflex —

Kopdraai-reacties en -nareacties +, geen kopdraai-nystagmus.

Compensatoire oogstanden —

Horizontale oogdraai-reacties 4", zwak; geen nystagmus.

Corneareflexen -|-. Patellairreflexen -)-. Bij knijpen in de klauwen treden loopbewegingen der pooten op; geen alterneerende bewegingen.

12 uur 30: Het dier was voortdurend stijf, maar wordt nu ineens tijdens een onderzoek

op de labyrinthoprichtreflexen, tijdens het hangen met den kop naar beneden geheel slap en atonisch.

2 uur 15: De spiertonus is weer teruggekeerd. Het dier vertoont, als het op zijde ligt, een lichte stijfheid. Bij liggen op den buik is het niet stijf, bij liggen op den rug echter duidelijk stijf.

In de lucht gehouden vertoont het dier geen labyrinthoprichtreflexen. Evenmin treden bij liggen op een onderlaag lichaamsoprichtreflexen op het lichaam op. Stijfheid +, niet sterk.

Labyrinthoprichtreflexen —

Lichaamsoprichtreflexen op het lichaam —-

Tonische labyrinthreflexen op de extremiteiten -f-, sterk.

Compensatoire oogstanden —

Horizontale oogdraai-reacties duidelijk.

Op het linker oog treedt bij draaien ook een horizontale nystagmus met nanystagmus op.

S uur 45: Als het dier op de linker zijde op een onderlaag ligt, richt het bij schudden iets den kop op; het doet dit niet als het op de rechter zijde ligt.

Zet men het lichaam passief in den opgerichten stand op de tafel, dan houdt het dier den kop naar rechts (45°) gedraaid. Hangt men het dier in de lucht met den kop naar beneden, dan is de kop ook 45° t. o. v. het bekken naar rechts gedraaid.

De standen van den kop zijn als men het dier in de lucht houdt:

Sluiten