Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stijfheid f , maximaal sterk.

Labyrinthoprichtreflexen —; houdt men hot dier in de lucht

hangend met den kop naar beneden: dan houdt het dier den kop 45° naar

rechts gedraaid en tevens 55° naar rechts gewend.

hangend met den kop naar boven: dan hangt de kop aan de rechter zijde

van het dier met naar beneden gerichten snuit.

in linker zijligging : dan houdt het dier den kop 30—45°

naar den normalen stand opgericht, in rechter zijligging : dan laat het dier den kop met het

schedeldak naar beneden afhangen. Op een onderlaag in linker zijligging gelegd richt het dier den kop eerst naar den normalen stand op en wendt daarna den kop sterk naar rechts; in rechter zijligging neergelegd blijft het dier stijf plat op de onderlaag liggen. Lichaamsoprichtreflexen op den kop — ?, het oprichten van den kop van uit linker zijligging op een onderlaag is waarschijnlijk het gevolg van het gedraaid zijn van kop en bekken t. o. v. elkaar.

Lichaamsoprichtreflexen op het lichaam —

Halsoprichtreflexen -j-, sterk, zoowel op de voorste lichaams¬

helft als op het bekken.

Tonische halsreflexen duidelijk, vooral bij achterover strek¬

ken en ventraalwaarts buigen van den kop van het op zijde gelegde dier. Tonische labyrinthreflexen sterk; bij draaien van den kop van

het op zijde gelegde dier ziet men bijna uitsluitend den invloed van deze reflexen.

Liftreactie -)-

Sprongopvangreflex —

Sprongreflex —

Kopdraai-reacties -)-

„ -nareacties -|-

Compensatoire oogstanden —

Oogdraai-reacties —

„ -nareacties —

„ -nystagmus —

„ -nanystagmus —

Calorische nystagmus —

„ nanystagmus

12 'UW 30: Het dier ligt steeds op de rechter zijde zonder pogingen te doen om overeind te komen.

Stijfheid -I-, maximaal sterk.

Liftreactie -(-

Sprongopvangreflex -|-, alleen duidelijk aan de acliterpooten.

Oogdraai-reacties en -nareacties —

3 wur: Het dier is nog maximaal stijf en ligt steeds op de rechter zijde. Prikkelt men het dier door het heen en weer te schudden of in den staart te knijpen, dan draait het den kop naar rechts, zoodal het schedeldak op de onderlaag komt te liggen.

Corneareflexen —. Spinale reflexen -|-, allen zeer levendig. Labyrinthoprichtreflexen —

Lichaamsoprichtreflexen —

Kopdraai-reacties en -nareacties -|-

Kopdraai-nystagmus —

Oogdraai-reacties en -nareacties —

Tijdens het draaien van het dier treedt plotseling een gedraaid staan van den kop naar links op. Ook als men het dier laat hangen met den kop naar beneden houdt het nu den kop naar links gedraaid.

i war 30: Het dier is nog steeds stijf. Ook de verschillende reflexen zijn geheel als te voren. Het dier gedood.

Sluiten