Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10 uur 55: Legt men het dier op de rechter zijde op een onderlaag, dan richten kop en

voorlichaam zich op, van uit de linker zijligging geschiedt dit niet.

11 uur 20: In de schedelholte is een sterke nabloeding opgetreden. De stolsels voorzichtig

weggenomen, de bloeding gestelpt en de kop van het dier hoog opgehangen. 11 uur 50: Het dier vertoont een geheel normale spiertonusverhouding. Zoowel in zijligging op een onderlaag als in zijligging in de lucht gehouden richt het dier den kop op en brengt dezen van uit beide zijliggingen direct geheel in den normalen stand. Ook als het dier in rugligging in de lucht gehouden wordt, richt het den kop op en wel door ventraalwaarts buigen.

Legt men hot dier in zijligging op een onderlaag en houdt den kop in deze ligging vast, dan richt het achterlichaam zich op van uit de rechter zijligging; het achterlichaam gaat echter niet overeind van uit de linker z^jligging. 1% uur 30: Stijfheid —

Labyrinthoprichtref lexen -|-

Lichaamsoprichtreflexen op het lichaam +

Halsoprichtreflexen -|-

Wordt het dier in zijligging op een onderlaag gelegd en de kop in zijligging vastgehouden, dan gaat bij prikkelen van het dier het achterlichaam van uit beide zijliggingen overeind om daarna óf terug óf in de andere zijligging te vallen.

Houdt men den kop van het op een onderlaag liggende dier in den normalen stand vast, dan gaat het dier direct geheel in de normale houding opzitten. Het heeft ook dan echter moeite om het achterlichaam in deze houding te blijven houden.

Draaien van den kop van het in rugligigng gebrachte dier geeft sterke draaiingen van het bekken.

Rechter oog. Linker oog. Verticale compensatoire oogstanden — _|_

„ oogdraai-reacties -j- f _|_ ?

Rotatoire compensatoire oogstanden -\- -J_

„ oogdraai-reacties en -nareacties -|- -)-

„ „ -nystagmus en -nanystagmus -|- -1

Horizontale oogdraai-reacties en -nareacties -|- -)-

n „ -nystagmus en -nanystagmus -)- -)-

Als het dier door het onderzoek onrustig is vertoont het vaak een rotatoiren oognystagmus.

Hangt men het dier met den snuit recht naar boven of naar beneden en draait het vervolgens om de verticaal staande lengte-as, dan treden zwakke draaireacties der oogen op, waarvan de richting echter niet goed te bepalen is. Liftreaetie -(-

Sprongopvangreflex -f-

K opdraai - react ies en -nareacties -)' uur •' Het dier houdt den kop en de voorste lichaamshelft meest opgericht, terwijl het achterlichaam op zijde ligt. Prikkelt men het dier, dan gaat het geheel in de normale houding zitten en tracht ook te loopen. Het valt daarbij echter telkens om naar rechts.

Als het dier overeind zit houdt het den kop iets naar rechts gewend. Ook is de kop naar rechts gewend als men het dier aan het bekken in de lucht laat hangen met den kop naar beneden.

De opriehtreflexen zijn geheel als te voren, ook de oog-reacties en de overige reflexen.

Stijfheid

Labyrinthoprichtreflexen -\-

Lichaamsoprichtreflexen op het lichaam -|-, zwak.

De oogen vertoonen vaak, als men den kop in den opgerichten symmetrischen stand houdt, een spontanen horizontalen nystagmus, soms een rotatoiren nystagmus. Houdt men den kop in zijligging vast dan ziet men ook vaak een nystagmus optreden en wel steeds een rotatoire.

Sluiten