Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met 2 cc. chloroform en leest na 4 uur het resultaat af.

In een afdalende reeks filtraatverdunningen bepaalt hij de grensreactie en berekent daaruit het indicangehalte van het serum.

In zijn eerste artikel]) zegt hij, dat lichte verhoogingen van het indicangehalte van het serum niet te gebruiken zijn, daar onder bepaalde omstandigheden (na den maaltijd, bij darmprocessen met sterke eiwitrotting, tbc. peritonei, tbc. pulmonum, abscessen, longgangraen enz.) ook hoogere waarden gevonden worden. De grens zal ongeveer getrokken moeten worden bij 2.5—3.2 mgr./L.; waarden hierboven pleiten voor nierinsufficientie. Daar bij deze grens de reactie van Obermayer juist positief wordt, is aan deze reactie een diagnostische waarde toe te kennen. Groote waarde hecht Rosenberg echter niet aan de reactie, daar hij in tegenstelling met Haas vond, dat in gevallen waar de reactie van Obermayer positief is, het ureumgehalte altijd verhoogd is: volgens hem is de bepaling van het ureumgehalte van het serum dus voldoende om de uraemie te diagnostiseeren.

In een volgend artikel, s) waarin door Rosenberg een groote reeks vergelijkende ureum-, indican en kreatininebepalingen wordt gepubliceerd, krijgt men wel den indruk, dat de grens door hem aangegeven te hoog is.

In zijn eerste tabel van bepalingen bij gezonde personen en bij andere zieken dan nierlijders, wordt op één uitzondering na, de indicanreactie juist positief gevonden in 5—12 cc. filtraat. De hoogste waarde van

*) Mtlnch. Med. VVoch. 1916. No. 4. s) Mtlnch. Med. Woch 1916. No. 26.

Sluiten