Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de indicanaemie is hier dus 1.28 mgr/L., dit is beneden de grens door Haas gesteld.

De tweede tabel geeft bepalingen bij nierzieken met normaal ureumgehalte van het serum. Hierin vinden wij dezelfde waarden, behalve in enkele gevallen, waar het indicangehalte hooger gevonden wordt. Deze gevallen zijn juist van belang, immers hierbij zou de indicanaemie een zuiverder beeld van den toestand kunnen geven dan de azotaemie, een feit waarop Haas het eerst gewezen heeft. Uit de cijfers van Rosenberg blijkt, dat wij t. o. v. het indicangehalte van het serum een onderscheid moeten maken tusschen een azotaemie, die acuut optreedt en één, tengevolge van een chronisch nierlijden. Wij vinden n.1. dikwijls in gevallen, waar het ureumgehalte snel stijgt, nog lage waarden voor de indicanaemie, eerst later krijgen wij een verhooging. Wij vinden b.v. in geval 25 tabel III een acute diffuse glomerulo-nephritis, waarvan de ureumwaarden in het serum zijn: 1.13; 1.22; 1.02; en o.49%o Op dezelfde tijden zijn de indicanwaarden 1.28; 3.2; 2.6; en 1.- mgr/L. Terwijl dus in het begin een duidelijke ureumretentie bestaat, is de indicanaemie nog niet verhoogd. Omgekeerd kan het voorkomen, dat bij een chronische nephritis het stikstofgehalte van het bloed daalt b.v. door eiwitarm dieet, terwijl de indicanaemie hoog blijft, deze laat zich dus niet zoo licht beinvloeden, een verschijnsel, dat, zooals ik reeds medegedeeld heb, ook al door Tschertkorff was waargenomen. Rosenberg zegt zelf van deze gevallen ,,Diese Erscheinung ist nicht nur von theoretischem Interesse, sondern auch von praktischer Wichtigkeit, da uns in solchen Fallen bei normalem

Sluiten