Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

chemisch oogpunt is de methode misschien zuiver, voor klinische doeleinden is zij echter ongeschikt.

De methode van Rosenberg berust op het feit, dat men in 10 cc. van een vloeistof nog juist een positieve indicanreactie krijgt, als hierin 0.0032 mgr. indican aanwezig zijn.

Hij onteiwit het serum met gelijke deelen 20 % trichloorazijnzuur en bepaalt nu bij welke verdunning nog juist een positieve reactie is. De reactie wordt als volgt uitgevoerd: Bij 10 cc. filtraat voegt men r cc. 5 °/0 thymolspiritus en 10 cc. Obermayer's reagens. Na 20 minuten schudt men uit met 2 cc. chloroform, wacht tot zich dit afgezet heeft en leest na + V2 uur den uitslag af.

Was nu b.v. in 8 cc. filtraat verdund met 2 cc. water de reactie nog juist positief, dan bevatte dit filtraat 0.0032 mgr. indican.

8 cc. filtraat komen overeen met 4 cc. serum, zoodat 1000 cc. serum 1^? X 0.0032 = 0.8 mgr. indican bevatten, d. i. dus 0.8 mgr. per Liter.

De voordeelen van deze methode boven die van Haas zijn dus duidelijk; zij is veel gemakkelijker uit te voeren en bovendien heeft men geen standaardoplossing noodig, die zoo moeilijk te verkrijgen is. Toch zijn er wel nadeelen aan verbonden; de bepaling van een grensreactie n.1. zal nooit tot zuivere quantitatieve resultaten voeren, daar altijd twee waarden gevonden worden, waartusschen de te bepalen indicanaemie ligt. In het bovengenoemde voorbeeld zal deze dus zijn tusschen 0.8 en 0.91 mgr/L, daar bij een verdunning van 7 cc. filtraat met 3 cc. water, overeenkomende met een

Sluiten