Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een negatieve reactie gaf, gelijke deelen trichloorazijnzuur toe, dan kreeg ik een duidelijke reactie. In het fikraat met sulfosalicylzuur is dus het indican wel aanwezig, maar het kan hierin alleen aangetoond worden, door toevoegen van trichloorazijnzuur. Voor een quantitatieve indicanbepaling in het serum is onteiwitting met sulfosalicylzuur daarom ongeschikt.

Het uranylacetaat werd door Oszacki gebruikt ter onteiwitting bij reststikstof bepalingen in het bloedserum. Men onteiwit het serum met gelijke deelen iV«% uranylacetaat, waarbij een mooi waterhelder fikraat verkregen wordt. Het filtreeren gaat echter langzaam, terwijl veel vloeistof in het geleiachtige neerslag boven het filter achterblijft. Wat de indicanreactie betreft, bleek mij, dat het fikraat dezelfde eigenschappen had, als het sulfosalicylzuur-filtraat; de reactie was zeer verzwakt, kon echter door trichloorazijnzuur aanmerkelijk versterkt worden. Onteiwitting met uranylacetaat was dus eveneens voor een quantitatieve indicanbepaling van het serum ongeschikt.

De onteiwittingsmethode met alcohol levert goede resultaten op, is echter, zooals ik aan het begin van dit hoofdstuk mededeelde, omslachtig. Toch zijn de meeste quantitatieve indicanbepalingen met deze methode uitgevoerd en wel om de volgende redenen. Nadat gebleken was, dat sulfosalicylzuur en uranylacetaat ongeschikt waren voor mijn doel, bleef mij de keus tusschen alcohol en trichloorazijnzuur. Deze laatste stof was in den tijd, dat ik met mijn proeven begon, bijna niet te verkrijgen, zoodat ik besloot mijn bepalingen met de alcohol-onteiwittingsmethode voort te zetten om

Sluiten