Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ureometer gedaan. Ik vond nu, dat de gasontwikkeling hieruit overeen kwam met een ureumgehalte van i.32%0.

Nam ik daarentegen een deel trichloorazijnzuur-filtraat en voegde ik hieraan een gelijke hoeveelheid sulfosalicylzuur toe, dan vond ik bij een zelfde bepaling een ureumgehalte van i.04%o-

Gaan wij uit van een ureum-oplossing en verdunnen wij deze met gelijke deelen van de verschillende onteiwittingsmiddelen, dan kunnen wij geen invloed van deze stoffen waarnemen. Ook ureumbepalingen in urine, verdund met deze stoffen, gaven geen verschillende uitkomsten.

Wij zien dus, dat alleen bij onteiwitting met sulfosalicylzuur een lagere waarde van het ureumgehalte van het serum wordt gevonden, waarbij het sulfosalicylzuur een remmende werking heeft op de gasontwikkeling, die door toevoeging van trichloorazijnzuur voor een gedeelte kan worden opgeheven. Wat hiervan de verklaring is, weet ik niet.

Onteiwitting met sulfosalicylzuur is dus ongeschikt voor een ureumbepaling in het serum.

Nadat ik deze verschillen gevonden had, heb ik voor de onteiwitting het uranylacetaat gebruikt, dat dezelfde uitkomsten geeft als het trichloorazijnzuur, zooals latere controles leerden.

Vóórdat ik overga tot het mededeelen van de door mij onderzochte ziektegevallen, wil ik het functioneel nieronderzoek beschrijven, dat bij sommige patienten werd toegepast.

Ik volgde hierbij de voorschriften van Strausz, die

Sluiten