Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan ik niet uitmaken. Bij de acute azotaemie, die wij tijdens de exacerbatie waarnemen, stijgt het ureumgehalte. Nadat deze acute poussée voorbij is, is er echter geen sprake meer van een ureumretentie of van een hyperindicanaemie, zooals het laatste onderzoek van het bloedserum leerde. Toch is de prognose van dit geval minder gunstig, daar uit de polyurie, het lage S.G. van de urine en de concentratieproef blijkt, dat er nog een duidelijke functiestoornis van de nieren is overgebleven.

15. C. K. 51 j. Diagnose arteriosclerotische schrompelnier.

Patiente is opgenomen in het ziekenhuis wegens een haemoptoë, die zij plotseling op straat heeft gekregen. Zij hoestte een groote hoeveelheid helder rood bloed op. Gedurende drie weken vóór opname had zij al veel gehoest. Daarvóór is zij altijd gezond geweest, heeft nooit klachten gehad, alleen is zij den laatsten tijd wat kortademig en zeer nerveus.

Patiënt maakt geen zieken indruk; gezonde gelaatskleur, goede voedingstoestand. Er bestaat een rechtszijdige topcatarrh. Het hart is iets naar links vergroot, bij auscultatie is een systolische soufflé aan de hartpunt en boven de aorta te hooren, de 2de aortatoon is klappend. De pols is duidelijk gespannen, verder normaal. De bloeddruk bedraagt 215 m.M. kwik. De urine bevat een weinig eiwit. In het sediment zijn enkele erythrocyten, leucocyten en hyaline cylinders.

Het ureumgehalte van het serum bedraagt 0.32 °/00-

Het indicangehalte is 0.64 mgr/L.

Bij een vrouw, die lijdt aan een lichten rechtszijdigen topcatarrh, vinden wij een sterk verhoogden bloeddruk met consecutieve hartveranderingen, terwijl de urine een weinig eiwit en vormelementen bevat.

Dézen vorm zouden wij kunnen rangschikken onder het ,,syndrome hypertonique" der Franschen, de ,,blande Hypertonie" van de Duitschers. Wij vinden hierbij geen retentie in het bloedserum.

Sluiten