Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichte hvpertrophia cordis met een klappenden 2den aortatoon. De pols is gespannen, de bloeddruk bedraagt 155 m.M. kwik. De fundus oculi is normaal. Geen oedemen.

De urine bevat weinig albumen. In het sediment zijn enkele roode en witte bloedlichaampjes, enkele hyaline cylinders. Quantum 2200 cc. S. G. 1007.

Het ureumgehalte van het serum is 1.17%» (onteiwitting met sulfosalicylzuur), terwijl het indicangehalte 1,70 mgr/L. bedraagt.

Patiente vertoont dus de symptomen van een genuine schrompelnier. De naderende uraemie komt bij haar alleen tot uiting in de hyposthenurie en de verhooging van het ureumen het indicangehalte van het serum, terwijl de algemeene toestand gunstig is. Daarop wordt de prognose van haar ziekte ongunstig gesteld. Het verdere verloop bewees de juistheid van deze opvatting.

Patiente krijgt eiwitarm dieet. Toch gaat haar toestand langzamerhand achteruit. Zij krijgt oedemen van de beenen, daarna van de handen en van het gezicht. De benauwdheden komen terug, de eetlust vermindert.

Een maand later bedraagt het ureumgehalte van het serum 1.06°/o0 (na onteiwitting met uranylacetaat), is dus door het eiwitarmdieet gedaald; in tegenstelling hiermee is de indicanaemie gestegen van 1.7 mgr/L. tot 6.4 mgr °/00. Ook het functioneel nieronderzoek laat duidelijk stoornissen zien. Bij de verdunningsproef daalt het S. G. niet lager dan 1006, terwijl het bij de concentratieproef slechts tot 1010 stijgt. In de eerste vier uren worden 385cc. geurineerd. Er bestaat dus een sterk deficit in het vermogen van de nieren t. o. v. de wateruitscheiding en van het concentratievermogen.

Patiente begint over hoofdpijn en misselijkheid te klagen. De oedemen zijn niet door cardiotonica en diuretica te beïnvloeden. Ook een hongerkuur van drie dagen, gevolgd door zoutloos dieet hebben geen invloed. Drie weken na het tweede onderzoek is het ureumgehalte van het serum 1.08 %o> de indicanaemie is gestegen tot 21.3 mgr/L.

6

Sluiten